Ja, het is paddenstoel, met ingang van 15 oktober, en dronkenlap. De Jood uit Israël krijgt een hoofdletter, de gelovige jood een kleine. De onnavolgbare logica van de taalwetenschappers slaat weer onverbiddelijk toe met een nieuwe spelling waaraan niemand nog een touw kan vastknopen.
De spelling van de Nederlandse taal, er is al gedoe over sinds de eerste opgelegde spelling, de spelling-Siegenbeek van 1804.
Op 15 oktober krijgt het Nederlands voor de zoveelste keer nieuwe spellingsregels. Het betreft volgens de verantwoordelijke Nederlandse Taalunie geen hervorming, maar een 'aanpassing’ van de regels van 1995. Dat was de wijziging waarbij onder meer een pannekoek een pannenkoek werd.
Ondanks de relatief weinige gebruikers – 22 miljoen – verandert het Nederlands erg vaak van spelling. Al twee eeuwen gebeurt dat steevast onder het motto van 'vereenvoudiging’. Maar een nieuwe of aangepaste spelling, of het nou een 'vereenvoudiging’ is of niet, is hoe dan ook altijd een crime voor gedrukte teksten. Met elke spellingswijziging worden oudere teksten mottenballeriger, tot ze uiteindelijk onleesbaar zijn. En tot betere spelvaardigheid hebben hervormingen ook nooit geleid.
Inconsequent
In het Frans, Engels en Duits zijn de afgelopen twee eeuwen beduidend minder spellingswijzigingen geweest, waardoor bijvoorbeeld negentiende-eeuwse literatuur in die talen makkelijker leesbaar bleef dan in het Nederlands.
De reden voor een nieuwe Woordenlijst Nederlandse Taal (sinds 1954 bekend als het Groene Boekje) is niet dat de spelling niet consequent is (dat was zij nooit), maar dat tien jaar geleden is bepaald dat er in 2005 een geactualiseerde versie zou komen.
Het is dan ook de vraag wie er beter van wordt, behalve een paar uitgevers als de Sdu. Want wat verandert zoal? Niet veel, volgens de Taalunie, het Nederlands-Vlaams-Surinaamse overheidsorgaan dat verantwoordelijk is voor de spelling. De unie benadrukt dat de regels uit 1995 worden gehandhaafd. Er is slechts één regel herzien: geen tussen-n als het eerste deel van een samenstelling een dierennaam is en het tweede een plantkundige aanduiding (paardebloem wordt dus paardenbloem).
Lobby
Deze wijziging is te danken aan een lobby van de samenstellers van het standaardwerk Heukels’ Flora en Nederlandse biologen die ongelukkig waren met de regels van 1995. Zij hebben volgens Bert Hukema, uitgever van die flora bij Wolters Noordhoff, een nieuwe lijst op basis van nieuwe regels opgesteld. Die lijst en regels zijn door de Taalunie integraal overgenomen.
Verder zou het gaan om verbeteringen van fouten, verfijningen van te ruime regels, toevoegen van nieuwe woorden en schrappen van verouderde woorden. De spelling wordt officieel op 1 augustus 2006.
Maar hoeveel er echt verandert, blijft tot 15 oktober verborgen in de schoot van de taalgoden: de geheimzinnige, gesloten kaste van taalwetenschappers die beslissen over de spelling van het Nederlands. Pas dan mogen alle wijzigingen openbaar worden. De uitgevers hebben een convenant moeten ondertekenen, dat zij voor die datum niets naar buiten brengen. De nieuwe druk van de Grote van Dale, die dit keer het Groene Boekje helemaal volgt, verschijnt dan ook pas op 17 oktober. Van alle trefwoorden is zo’n 2,6 procent van uiterlijk veranderd.
'Schandalig'
Wim Daniëls (50), schrijver en onafhankelijk taalkundige in Eindhoven, legde voortijdig de hand op alle spellingswijzigingen, en schreef er een boekje over, Wolters’ Spellingsboekje voor scholieren.
Daniëls doet minder luchtig over de spellingsaanpassing dan de Taalunie. 'Het is schandalig,’ zegt hij, 'eigenlijk worden bijna alle regels geherformuleerd. Regels zijn veranderd zonder dat het als verandering is aangekondigd.’ Zo moet Middeleeuwen terug van de M naar de kleine m. Dat is volgens Daniëls een regelverandering. Een kostbare. 'Alle educatieve uitgeverijen moeten boeken omspellen vanwege deze flauwekul.’
De andere inmiddels aangekondigde spellingswijzigingen maken de Nederlandse spelling ook niet logischer of eenvoudiger. Als we het voortaan over joden als bevolkingsgroep hebben, heten ze Joden, maar als ze als religieuze groep worden aangeduid, moeten ze weer joden worden genoemd.
Circuit
Spellingsverandering is een hoogstwetenschappelijke aangelegenheid, waarmee een gesloten circuit van geleerden langdurig en geheimzinnig in achterkamertjes in de weer is. De 'gewone’ taalgebruiker heeft nul komma nul inspraak. In de verantwoordelijke werkgroep zit ook geen uitgever, schrijver, journalist of leraar. Alleen taalkundigen.
Zij vormen de Werkgroep Spelling van de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren onder voorzitterschap van hoogleraar taalkunde Maarten van den Toorn.
Die werkgroep valt weer onder de Nederlandse Taalunie, een club die 25 jaar geleden is opgericht door de Nederlandse en de Vlaamse overheid, en die de belangen van de Nederlandse taal en de 22 miljoen sprekers ervan behartigt. Sinds 2004 is Suriname geassocieerd lid van de Taalunie.
Gijzelen
Dat taalkundigen de spelling hebben mogen gijzelen, is tragisch. De logica van de taalkundige is niet de logica van de taalgebruiker. Taalwetenschappers vinden in hun hart dat woorden moeten worden geschreven zoals je ze uitspreekt. Fonologisch.
Daarnaast menen zij dat als de spelling maar volgens logische regels van 'gelijkvormigheid’ is opgebouwd, de taalgebruiker feilloos moet kunnen spellen.
Taalkundigen zijn de wiskundigen van de taal. Kom bij deze mathematische taalwetenschappers niet om liefde voor het woordbeeld of fascinatie voor de etymologie (afkomst van een woord). Taal moet vernieuwen, spelling moet vernieuwen: en dat allemaal in dienst van de gewenste eenvormigheid. Dat met nieuwe spellingen de leesbaarheid van oude literatuur om zeep wordt geholpen, zal ze worst zijn.
October
Niet alle taalkundigen kennen deze drang tot taalnivellering. 'Je vrienden kun je herkennen aan het feit dat ze de juiste keuzes maken, de jouwe,’ schreef een paar jaar terug Marc van Oostendorp, taalkundige bij het Meertens Instituut. Van Oostendorp, en daarmee is hij een uitzondering, ziet taal als distinctiemiddel. Door taalgebruik kun je laten weten tot welke klasse je behoort.
Dat geldt voor woordkeuze, maar ook voor spelling. Nog steeds laten ouderen zien dat ze uit een bepaalde klasse stammen door 'october’ en 'vacantie’ te schrijven.
Maar niet een vrije geest als Van Oostendorp, die oog heeft voor de realiteit van taal, maar de dwingelanderige dienaren der taallogica staan, met dank aan de verantwoordelijke politici, aan het roer als het gaat om de spelling van het Nederlands. Al lang.
Bastaardwoorden
Bijna hadden die liefdeloze taalkundigen helemaal hun zin gekregen. In 1963 kreeg een commissie de opdracht om na te gaan of 'een spelling van bastaardwoorden zonder keuzemogelijkheden kan worden bereikt, waarbij een zo consequent mogelijke opzet in fonologische zin en een zo ver mogelijk gaande vernederlandsing wordt nagestreefd’.
De commissie-Pée-Wesselings kwam eind jaren zestig met haar voorstellen: kommunikaatsie, kultuur, belgies, kolleksie, odeklonje, heerlik, hij word en Meksiko. Het was de tijd dat GroenLinks-voorloper PSP zich als Pasifisties Socialistiese Partij afficheerde, en maatschappelijk werkers bijeenkwamen in sosjale joenits. Bij spreiding van macht, kennis en inkomen hoorde ook taalnivellering. Den Haag voelde wel voor invoering van Pée-Wesselings.
Burgemeester
Maar die spelling bleef ons bespaard dankzij de conservatieve Lode Craeybeckx, burgemeester van Antwerpen en taalliefhebber. Craeybeckx bracht prominente gelijkgezinden bijeen. Uit de literatuur (Harry Mulisch, Jan de Hartog, Hugo Claus), universitaire wereld, pers en onderwijs. Hij liet ze hun visie geven op de 'odeklonjespelling’ en bundelde die in 1972 in Sluipmoord op de spelling.
De Vlaamse Cultuurraad en de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde steunden Craeybeckx. Hierop keerde de Vlaamse regering zich tegen de voorstellen. Eksit Pée-Wesselings.
Daarna was het even weldadig stil aan het spellingsfront. Er waren alleen rimpelingen over de 'voorkeurspelling’. Bij de hervorming in 1954 was bij tal van woorden de normale spelling (concert, thee) als 'voorkeurspelling’ geboekstaafd, maar een 'nakeurspelling’ (koncert, tee) eraan vastgehecht.
Odeklonjespelling
Opmerkelijk genoeg kozen uitgevers uit het 'progressieve’ Nederland, voor de 'traditionele’ voorkeurspelling (actie), en die uit het taaltraditionele Vlaanderen voor de 'progressieve’ nakeurspelling (aktie).
In de jaren negentig deden de taalkundige nivelleerders nog één poging om de odeklonjespelling te introduceren. Een Taalunie-commissie van taalkundige Guido Geerts wilde woorden als kultuur, ginekoloog, teorie, sitroen, sjirurg en paddenstoel invoeren. Weer reageerden taalgebruikers woedend: een moordpoging op traditionele woordbeelden! Ook eksit Geerts.
De ministers in de Taalunie hadden toen net wel besloten dat in december 1995 een nieuw Groen Boekje moest verschijnen. Een van de grondslagen was het – terechte – afschaffen van de dubbelspelling. Er was nog één jaar om het Groene Boekje compleet ?te maken. De ministers spraken af om tien jaar later gemaakte fouten van 1995 te corrigeren.
Dupe
Zo is de taalgebruiker in 2005 de dupe van het politieke besluit in 1994 (in Nederland onder PvdA-minister Jo Ritzen) om al in 1995 met een nieuwe spelling te komen.
Wat zou het een zegen zijn geweest voor het Nederlands en de blijvende leesbaarheid van teksten, als in 1994 gewoon was besloten om de nakeurspelling af te schaffen en verder alle regels van 1954, hoe inconsequent ook, tot in lengte van dagen te handhaven. En nog beter zou het zijn geweest, als er gewoon geen Spellingwet was, zoals in Groot-Brittannië. Daar bepalen de woordenboekenuitgevers, de vrije markt dus, wat de juiste spelling is.
Nu wordt met elke hervorming of wijziging van de Nederlandse spelling een huis gestut, waarin alleen taalkundigen willen wonen.
Bron: Elsevier
René van Rijckevorsel