Zegt het werkelijk iets over je karakter als je, net als Lousewies van der Laan, de uitdrukking ronduit pet gebruikt? En is dat nou een oubollige zegswijze of niet? Tientallen lezers – voor- en tegenstanders van ronduit pet – reageerden. Hieronder een keuze uit hun reacties.
Allan Varkevisser: ,,Ik vind dat je met dit onderwerp wederom de spijker op de kop slaat. Ik ben leerkracht aan een basisschool en sta voor groep 7/8. Na een discussie met mijn leerlingen over grof taalgebruik kwamen wij gezamenlijk tot de conclusie dat de kinderen geen alternatief meer weten voor de grove krachtermen. We zijn op zoek gegaan naar alternatieven en kwamen zo tot een zogenaamd klein woordenboek van oorbare krachttermen. Veel woorden zijn inderdaad uit de mode, maar de kinderen waren heel welwillend om hun toevlucht te nemen tot deze ouderwetse krachttermen als sakkerloot, verdorie, tjonge, warempel, asjemenou of potjandorie.’’
Arnoud Veilbrief: ,,Ik ken het woord pet (in de zin van ‘slecht’) van mijn vader. Hij had het ook wel over pet met een rietje. Ik weet niet waar het vandaan komt, maar vind het wel een aardige uitdrukking die de man, zijn tijd en zijn milieu aardig karakteriseert.’’
Dick Schepers uit Wassenaar: ,,U reageert alsof Lousewies van der Laan de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen affreus heeft genoemd. Ronduit pet is misschien nog net een beetje netjes, maar U kunt Uw krachtig betoog echt niet op zo’n bescheiden nuance funderen, ook niet in de NRC. Trouwens om over zo’n futiel verschil zo op de dame te spelen, nee, daar krijg ik echt ‘kromme tenen’ van.’’
Frank Henzen: ,,U schreef over het verband tussen woordkeus, karakter en uiterlijk. Het gaat, denk ik, nog veel verder; ook de leeftijd van de spreker, haar of zijn woonplaats en de (gewenste/bereikte) geloofwaardigheid lijken me belangrijke aspecten bij het ‘beoordelen’ van iemands woordkeus.
[?] Als Lousewies van der Laan bij het grote publiek al een ‘tuthola-image’ zou blijken te hebben (wie zal het zeggen?!), dan kon zij met zulk taalgebruik daar niets ten goede aan veranderen: het bevestigt het publiek alleen maar in het (voor)oordeel. Als zij, aan de andere kant, opeens moeite zou doen om juist heel modern of ‘snel’, cool, hip, jong Nederlands te spreken, dan ‘helpt’ dat helemaal niet méér. Het ‘algemene’ publiek zou dat nog minder van haar pikken, en als er zoiets bestaat als een achterban, zou je die óók nog helemaal van je vervreemden - wég geloofwaardigheid. Het zou ook niet goed zijn. Je taal moet ook bij je ‘passen’. Je moet als politicus ook trouw aan jezelf zijn, niet proberen je anders voor te doen dan je bent. Jan Marijnissen kan het ‘hebben’ om taal als ‘yes!’ te gebruiken, want hij heeft nu eenmaal het image van ‘jongen van de gestampte pot’, en dat image past hem ook goed; maar zou hij opeens gaan praten als ‘echte’ politici (deftig, wijdlopig, veel praten maar weinig zeggen, omtrekkende bewegingen makend), dan vervreemdt hij zich van zijn doelgroep.
Frans Ververs uit Linne: ,,Nog een nooit meer gehoorde uitdrukking uit de vorige eeuw: ‘Oh, heden!’, om schrik of ontsteltenis uit te drukken.’’
Fred Stolp uit Santpoort-Noord: ,,Ik heb uw stukje over de reactie van de D66 voorvrouw op de verkiezingsuitslag met instemming gelezen. [?] Door deze reactie minacht mevrouw Van der Laan de uitspraak van ons kiezersvolk. Het is namelijk de democratie zelf geweest die heeft uitgewezen, dat haar partij zo ongeveer werd gehalveerd. De verkiezingsuitslag zal zij als D66-democrate moeten respecteren en niet moeten afdoen met ‘ronduit pet’, al dan niet met ‘dt’. Hoort deze reeds afgedane kreet bij de persoon in kwestie? Terecht zegt u ja! Je zou zelfs eruit kunnen afleiden, dat de reactie in kwestie inderdaad thuishoort bij een partij die als politieke partij als afgedaan kan worden beschouwd. Links en rechts is D66 toch de wind uit de zeilen genomen en is dientengevolge niets meer overgebleven van de verwezenlijking van de idealen waarvoor deze partij destijds nog bestaansrecht had!
Had zij dan de drieletterige benaming van het vrouwelijk geslachtsdeel moeten gebruiken? Neen, hiervoor zijn lieden als Paul de Leeuw c.s. meer op hun plaats. Wat dan? Onze taal biedt gelukkig een scala van mogelijkheden om ons als kijkerspubliek aan te spreken, hoewel het aantal politici dat dergelijke capaciteiten bezit niet indrukwekkend is. Mevrouw Van der Laan heeft ruim de tijd gehad om hierover na te denken, want duidelijk was, dat een klinkende zege voor D66 er niet in zat. Welsprekendheid is ook een vak! Ik zie in haar geen hoop in bange D66 dagen.’’
George Röben: ,,De leeftijd van mevrouw Lousewies van der Laan kan ik ongeveer inschatten maar wel wil ik u melden dat mijn moeder, geboren 1918, sinds een ruim aantal jaren de uitspraak ronduit pet gebruikt voor zaken en meningen waar ze het geheel niet mee eens is. Dat kunnen zaken zijn rond geloof, politiek of andere dingen waarover zij een geheel andere mening op na houdt. Of deze mensen er dan met ‘de pet’ naar gooien weet ik niet, maar wellicht het nazoeken waard.’’
Gonda van der Wulp: ,,Dat de uitdrukking ‘ronduit pet’ valt in de categorie ‘ernstig gedateerd’, ben ik met je eens. Misschien heb ik wat gemist, maar ‘oubollig’ is volgens mij (en de Van Dale uit 1992) niet synoniem voor ouderwets of uit de mode geraakt, hoewel het de laatste tijd steeds meer, of eigenlijk uitsluitend, in die betekenis wordt gehoord. Kennelijk ben ik, nu het gebruik van het woord in die zin min of meer mijn oor stoort, zelf ook wat oubollig aan het worden. Het zij zo!’’
Hans Citroen: ,,Meneer Sanders wij zijn getuige van een retro-verschijnsel. Zoals de kleine man met zijn confectiepakkie an zijn broek met wijde pijpen gewoon moet bewaren, het wordt vanzelf weer mode, zo gaat het ook in de taal. Mevrouw Lousewies loopt vooruit op de troepen. Bij de pinken blijven, Sanders!’’
Heleen Lie-Venema: ,,Met enige verbazing las ik dat u ronduit pet zo’n vreselijk gedateerde uitdrukking vindt. Misschien behoor ik ook wel tot de categorie tuthola’s (ben tenslotte ook al bijna 40), maar de eigentijdse alternatieven die u noemt gaan allemaal in de richting van een K-woord en dat vind ik eigenlijk ronduit grof. Wie zonder grof te worden niet meer uit z’n woorden kan komen geeft vooral blijk van een gevoel van onmacht. Zo ervaar ik het zelf in elk geval als ik dergelijke krachttermen uit.’’
Henkjan van Vliet: ,,Toen ik Loesewies van der Laan op tv ronduit pet hoorde zeggen, was mijn onmiddellijke associatie: Joop ter Heul, giechelende hockeymeisjes, en de verhalen van mijn moeder over haar goedburgerlijke Haagse jeugd in de jaren ´20 en ´30 van de vorige eeuw. Loesewies was voor mij daarmee hopeloos ´out of touch´. In uw rubriek miste ik de verwijzing naar dat typisch burgerlijke kakkineuze karakter, dat ook Loesewies aankleeft, en waarbij het er niet echt toe doet of de dames feitelijk Haags zijn, maar wel van een ´ouderwets´ soort nettig/truttigheid. Dames als Mabel Wisse Smit of Medy van der Laan zie ik er ook wel voor aan om de laatste theatervoorstelling als ´echt snert´ te becommentariëren.’’
Jenny: ,,Nog nooit had ik iemand ronduit pet horen gebruiken. Vroeger kwam je pet wel eens tegen in meisjesboeken, maar door volwassenen hoorde ik het nooit eerder gebruiken. Ik verslikte me in de koffie, toen ik het hoorde. Ik ken OOK geen oudere vrouwen dan Lousewies van der Laan, die die uitdrkking zouden bezigen. Ze heeft het misschien van haar grootmoeder? (Want het is waarschijnlijk zelfs ouder dan ‘mieters’ of zo?).’’
Joost Gieskes: ,,Hemeltje lief Ewoud, wat heb ik nu aan mijn pet hangen? Wat je me nu te berde brengt over die pet is toch wel klinkklare nonsens lijkt mij. Ik heb er bepaaldelijk geen hoge pet van op als je beweert dat je aan iemands woordgebruik diens karakter kunt bepalen. Haha! Dat slaat als een tang op een varken. [?] Ik zie werkelijk niets truttigs in het gebruik van pet door Loesewies, ik ben alleen maar blij als mensen gebruik maken van onze rijke taal, die nooit gedateerd is! Met schuttingtaal is meer mis!’’
Judith Maassen: ,,Met lichte verbazing las ik uw beschouwing over pet en Lousewies van der Laan. Pet is misschien in onbruik aan het raken (ik denk dat mijn kinderen het niet zo gauw in de mond zullen nemen), maar ik associeer het absoluut niet met deksels, goeie grutjes of sapperloot. Deze laatste termen zou ik nooit gebruiken, ze komen mij volstrekt belachelijk voor, terwijl pet voor mij heel aanvaardbaar is. Ik gebruik het geregeld. Ik ben geboren in 1956 en heb mijn leven lang in Amsterdam gewoond. Sapperloot e.d. was in mijn jeugd al volstrekt buiten de orde, een soort niet-leuke boekentaal, uitsluitend gebruikt door Pipo de Clown. Als ik goeie grutjes zou zeggen, zouden mijn kinderen (20 en 21 jaar) op hun voorhoofd wijzen, maar tegen pet hebben ze nooit bezwaar gemaakt. Pet gebruik ik door elkaar met prut en flut. Overigens ben ik geen Van der Laan type, al stem ik wel op haar. Ik heb geen parelketting en doe ook niet aan hockey.’’
L.J. Lewin: ,,Wat is dat nou toch jammer. Nu is er eindelijk eens een politicus die na een verkiezingsnederlaag ronduit, in klare taal en zonder voorbehoud, uiting geeft aan haar teleurstelling en frustratie en verslagenheid, die geen excuses en smoezen en relativeringen gebruikt, die zich bezint op ‘wat nu’, natuurlijk, maar dat vervolgens direct uitstelt tot de dagen na de verkiezingen en op de verkiezingsavond de dag genoeg laat hebben aan zijn eigen kwaad - en het enige wat u hoort is een als tuttig ervaren vrouwenwoord.
Nee, meneer Sanders, ‘zwaar klote’ of ‘gewoon kut’, dat soort uitdrukkingen zijn nog altijd niet gangbaar onder welopgevoede lieden en zeker niet als ze een openbare toespraak houden. Ik denk ze niet eens, laat staan dat ik ze uit de strot zou krijgen. En ‘deksels’ of ‘sapperloot’ - dat soort woorden zijn mij echt even vreemd als u. Waarom moet aan een uitdrukking de maatstaf ‘is die nog wel van deze tijd’ worden aangelegd? Laat een vogeltje toch zingen zoals het gebekt is, zeker als het zich zo uitstekend uitdrukt als Lousewies van der Laan.
Waarom heeft nou niemand gehoord dat zij een magistrale toespraak hield, veel beter dan de brallerige triomfkreten van Jan Marijnissen of de kokette, maar o zo gemakkelijke oplossing die Wouter Bos koos? Toegegeven, ik zei het al, misschien is ‘ronduit pet’ wel een vrouwenterm, misschien is die zelfs een tikkeltje ouderwets, een beetje quasi-deftig zelfs, maar op de plaats en tijd en in de context waarin Lousewies van der Laan die term gebruikte, gaf die precies weer hoe ze zich voelde en verwoordde ze er prima de gevoelens van haar patijgenoten mee - zelfs als sommigen van hen persoonlijk een wat grovere term in de mond hadden genomen. En toegegeven, misschien raakt D66 - niet mijn partij overigens - uit de mode. Maar dat is een politiek oordeel, het heeft niets met taalkunde te maken en ook niet met retorica, een vaardigheid die de spreekster uitstekend bleek te beheersen. Waarom zegt niemand dat nu eens?’’
Maarten Dulfer uit Peize: ,,Is het handig voor een fractieleider om taal te gebruiken die opvalt omdat die uit de mode is? Opvallen is handig en handige politici hebben geen goede naam, daarom is het woord behendig in zwang geraakt. Afgezien daarvan is het antwoord ‘vast niet, maar het is ook niet erg’.
Modieuze taal van politici doet de tenen evenzeer krommen als oubolligheid. Yes, yes, yes kan nog net, zwaar puntje puntje niet. Bij het ronduit pet van mevrouw Van der Laan dringt vooral de statiegeldfles zich op; D66 maakt ergens diep weg nog iets groens en moderns los, kennelijk. Kennelijk beoordelen we politici op het hele pakket van kennis, meningen, partij en persoon. Gelukkig maar.
[?] Politici weten best dat ze op hun woorden moeten passen - politici beseffen dat ze handig moeten zijn. Burgers mogen beter beseffen dat niet een enkel woord alles zegt. Journalisten en andere publicisten moeten misschien wat minder duiden. Geen uitvergrotingen presenteren omdat die zo veelzeggend zouden zijn. Geen grote woorden gebruiken bij het duiden van kleine woorden. Het ging over pet, maar zelfs in een volkomen onschuldige krantenrubriek valt al het woord karakter. Laten we ons inhouden, dan kunnen de politici wat meer naturel zijn en blijven we misschien verschoond van genante vertoningen.’’
Maarten Barckhof: ,,Bij ouderwetse uitdrukkingen als pet kan iemand genadeloos door de mand vallen, bij moderne kreten die net ‘uit’ zijn ook (een leraar die vet zegt terwijl het nu cool moet zijn, iets dergelijks) en mee willen doen maar de de kreet verhaspelen is in de ogen van (jonge) ontvangers helemaal een ramp.’’
Margriet Brandsma- van der Laan uit Geldrop: ,,Mijn moeder gebruikte de uitdrukking naadje pet als iets echt heel teleurstellend was verlopen; ze bedoelde dus gewoon ronduit pet! Zij was geboren in 1911; ik vermoed dat deze uitdrukking bij haar generatie hoorde. Zelf heb ik die nooit gebruikt en ik hoor het ook niet bij mijn generatiegenoten, die toch altijd weer een generatie ouder zijn dan Lousewies! Ik kan me dus goed vinden in uw conclusie, dat deze uitdrukking nogal gedateerd is.’’
Pieter de Kort: ,,‘Pet’, ‘gewoon pet’ en misschien ook ‘ronduit pet’ zeg ik wel eens. En niet om oubollig te doen, maar omdat het lekker vlot en krachtig maar niet grof klinkt. De andere woorden, waarmee u pet op één lijn stelt, vind ook ik zeer oubollig en gebruik ik nooit. Ik kon uw mening over de woordkeuze van Lousewies van der Laan dan ook niet goed plaatsen. Toen mijn vrouw thuiskwam vroeg ik haar wat ze van ‘pet’ vond. Goeie uitdrukking, zei ze, gebruik ik wel eens. We zijn even oud als Lousewies van der Laan. Misschien is/was de uitdrukking in zwang bij studenten in Leiden. Niks mis mee, met pet.’’
Rob Sparnaaij uit Eindhoven : ,,Mijn vrouw geeft parttime les in verzorgende beroepen. Ze zei, dat ze tegenwoordig goed moest opletten wat voor woorden ze gebruikt. Als ze het woord ‘beurt’ gebruikt gaat de klas vaak lachen en gniffelen en zweven er dubbelzinnige opmerkingen door het klaslokaal. Voor mij als 53-jarige is beurt een heel gewoon woord, zeker in een klas met leerlingen. Zo ook met het woord ‘doos’. ‘Stop dit maar in je doos’. Hilariteit alom.
Vorige week kwam er een leerling naar haar toe en die zei, dat ze een zo leuk woordgebruik had. Als voorbeeld gaf hij o.a. dat mijn vrouw eens gezegd had; ‘dat stinkt als een oordeel’. Kennelijk heeft onze generatie een heel ander taalgebruik dan de jonge generatie van nu. Een ander voorbeeld. Mijn zoon van 22 loopt stage op een middelbare school en geeft gymnastiekles aan Atheneumleerlingen. Maar als hij de opdracht geeft dopjes in de zaal op bepaalde plaatsen te leggen is het lachen geblazen, want, tsja, een dopje is eigenlijk een eikel en bij het woord ‘dopje’ in de gymzaal wordt gelachen. Nu is onze zoon jong en kan hij hier goed mee omgaan en maakt zich er helemaal niet druk om. Nu vind ik als oudere, dit verloedering van de taal. U noemde het woord ‘kut’ dat in rap tempo z’n taboewaarde aan het verliezen is. Ik blijf het een schuttingwoord vinden en zo tikkende vraag ik me af, of er tegenwoordig nog wel schuttingwoorden bestaan?’’
Tineke de Ridder: Voor het eerst ben ik het niet met je zienswijze eens. Ronduit pet, of Pet met een rietje of heel iets anders: huilen met de klep op, zijn naar mijn mening helemaal niet truttig. Ja akkoord, niet de laatste nieuwe maar ik gebruik het ook best wel vaak als ik het het drieletterwoord gewoon niet kan gebruiken om wat voor reden dan ook. Eigenlijk heb ik het idee dat deze woorden een comeback maken net zo als het woord ´fuif´. Volgens mij zijn het dan camp-woorden geworden!’’
Ton de Wit uit Leiden: ,,Ik genoot van uw beschouwingen over het baalwoordje ‘pet’, opgetekend uit de mond van een nog tamelijk jonge, ontwikkelde en zelfs (hoog)opgeleide vrouw. Als 59-jarige man spoelde ik op de bewuste verkiezingsavond even terug of ik die - bijna vergeten - term wel goed verstaan had. Kortgezegd: hij deed mij goed! Oubollig, versleten of klassiek: zij had inderdaad ook shit of kut kunnen roepen, en dan had ze er vast een groter bereik mee gehad, maar ik vind dit woord niet alleen ‘hollandser’ klinken maar ook dezelfde baal-zeggingskracht hebben als de eerder genoemde; bovendien is het niet grof. Waarmee ik maar wil zeggen dat sommige woorden een zekere herinburgering verdienen wanneer hun opvolgers of lelijke leenwoorden zijn of grofbekkig. Beschouwt u dit als mijn persoonlijke pet-itie.’’
Walter Crommelin: ,,Ik herinner mij van misschien wel veertig jaar geleden de toen al op jaren zijnde Amsterdamse wethouder Koets, die na een bepaalde politieke verwikkeling als commentaar gaf: ‘Ik voel mij grotelijks belazerd’. Deze keurige ambtenaar liet zich in het toen nog zeer onparlementaire ‘belazerd’ even gaan, maar bleef in het formele ‘grotelijks’ toch de keurige ambtenaar.
Wij moesten daar toen erg om lachen. Bij Lousewies moest ik ook lachen: dat een jong iemand, die zich toch enigszins ‘dynamisch’ en ‘aansprekend’ wil presenteren, zo’n belegen uitdrukking kiest. Ze had veel beter ‘zwaar klote’ kunnen zeggen, zoals u suggereert. Dat zou misschien zelfs wel een goed opmaatje tot de 2de-Kamerverkiezingen geweest kunnen zijn.’’
Bron: NRC 22 maart 2006