« februari 2006 | Home | april 2006 »

25 maart 2006

Doven willen erkenning taal

UTRECHT - ”Belgen zijn slimmer”. De aankondiging van het Allerhandenfestival, in hoofdletters en met zestien uitroeptekens, is luid en duidelijk: hoog tijd dat ook Nederland de gebarentaal als taal erkent, net als het zuidelijke buurland. Maar daar hangt een prijskaartje aan.

Het festival dat de opleiding tolk en docent Nederlandse gebarentaal van Hogeschool Utrecht donderdag hield, vroeg opnieuw aandacht voor het uitblijven van de erkenning van de taal. „Portugal, België, Zweden, Finland, Amerika”, somt docent A. Woest -zelf doof- op. „Allemaal hebben ze hun gebarentaal erkend. Maar politiek Den Haag doet moeilijk.”

De Belgische opleiding voor doventolk krijgt dan ook veel meer geld voor ontwikkeling en onderzoek, weet studieleider H. van de Neut. „Onze opleiding in Utrecht -de enige in Nederland- is een bekostigde studie, maar voor een taal die niet erkend is. Dat is wel een beetje vreemd. Bij erkenning zou de overheid meer geld beschikbaar moeten stellen, waardoor dove kinderen een groter aantal uren over een doventolk kunnen beschikken. Het aantal verwijzingen naar het speciaal onderwijs zou erdoor afnemen.”

„We blijven voor erkenning vechten”, zegt Woest via zijn tolk.

Tijdens het Allerhandenfestival maken de studenten kennis met organisaties uit hun toekomstige werkveld. Tot de gasten behoren ook vijftien studenten van de Zweedse zusteropleiding.

Een van de workshops gaat over een afstudeeronderzoek naar schelden in gebarentaal. „Die workshop zit helemaal volgeboekt”, weet derdejaarsstudente Madelein Prins. Ze vergezelt haar uitleg met gebarentaal. „Dat gaat vanzelf. Zodra ik hier de deur binnenstap, gaat er een knop om. Hier praten we de hele dag met gebaren, ook tegen horenden.”

Mevrouw M. van der Weijden (84) zit de drukte aan te zien. Met een groep bewoners uit De Gelderhorst, een bejaardentehuis voor doven in Ede, is ze te gast op de hogeschool. „Vroeger vond ik de gebarentaal maar niets, maar nu zie ik hoe die de communicatie van doven bevordert.”

Zelf kan ze de taal ’verstaan’, niet spreken. „Dat heb ik nooit geleerd. Er waren drie dove kinderen in ons gezin. We leerden liplezen en verder communiceerden we door te wijzen en mensen aan te stoten. Ik leerde mijn stem te gebruiken en nu praat ik veel, té veel. Mijn kinderen en kleinkinderen zijn allemaal horend. Wat ze zeggen, kan ik overigens niet altijd volgen.”

Van de 420 docenten aan de Utrechtse opleiding zijn er ongeveer 25 doof of slechthorend. Datzelfde geldt voor tien van de veertig docenten. „Zodra er één dove docent of student in een lokaal is, is er direct een tolk bij”, zegt Madelein Prins. „Tijdens de lessen gebarentaal wordt er niet met de stem gepraat. Daar is het dus stil. Als het dan bijna pauze is, hoor je overal buiken rommelen.”

Bron: Refermatorisch Dagblad 24/03/06

Wordt Nederlands officiële tweede taal in Noord-Frankrijk?

In het nieuws in BELGIE

Vandaag keurde de Vlaamse regering de strategienota voor een gestroomlijnde en
gecoördineerde grensoverschrijdende samenwerking met Noord-Frankrijk goed. Vlaanderen en Nord-Pas de Calais hebben immers sterke historische banden en een lange traditie van samenwerking en uitwisselingen. Door de Europese integratie zijn de landsgrenzen vervaagd en de grensoverschrijdende contacten sterk aangezwengeld, waarbij lokale Franse besturen actief samenwerkingsverbanden opzetten.

Uit de strategische visie van minister Bourgois, mede vormgegeven door de West-Vlaamse gouverneur Paul Breyne, komt een duidelijk Vlaams engagement naar voor. Zo wil Bourgois het Nederlands als een volwaardige tweede vreemde taal in Noord-Frankrijk, naast het Engels. Vlaanderen zou hier voor ondersteuning van het onderwijs Nederlands kunnen zorgen, via de Taalunie en voor een uitwisseling van leerkrachten.

Grensperikelen

Ook moeten concrete sectorale problemen in de grensstreek te worden aangepakt. Het gaat hier met name over grensoverschrijdende planconsultatie voor ruimtelijke ordening en een aanpak van de grensoverschrijdende milieuklachten en inspraak bij de vestiging van hinderlijke inrichtingen vlak over de grens. Er moeten ook oplossingen komen voor dagelijkse problemen van grensbewoners zoals het Kafkaiaans verbod voor Vlaamse boeren om de eigen mest naar eigen gronden in Noord-Frankrijk te vervoeren.

Treinverbinding

Ook een betere treinverbinding Kortrijk-Rijsel met regelmatige aansluitingen naar Brugge en een gezamenlijke aanpak voor de grensoverschrijdende tram- en busverbindingen, waarbij de kusttram van De Lijn tot Duinkerke zou kunnen rijden.

Media

Bourgeois wil ook een verhoogde Vlaamse culturele aanwezigheid in Noord-Frankrijk, met ondermeer uitbreiding van het kijkbereik Focus-WTV in Frankrijk.

(FN-Meegedeeld-Vlareg)

23 maart 2006

'Negerzoen' verdwijnt

Fabrikant Buys gaat de naam 'negerzoen' afschaffen. Er zouden klachten zijn van mensen die zich bezwaard voelen. Al eerder werden het Franse tête-de-nègre (negerkop) en het Engelse negro kiss van de verpakkingen verwijderd.

Eerlijk gezegd vind ik deze vorm van politieke correctheid totaal doorgeslagen. Nu is er een positief woord verbonden aan het woord neger... Alsof er ooit iemand racist is geworden van het eten van negerzoenen. En waar houdt het op? Jodekoek? Moorkop? Huzarensalade? Blanke vla? Kippenpoot? Bloempot? Afrikaantje? Engelse drop? Spaanse peper? Pruisisch blauw? Schots en scheef?

De OnCyclopedie

Laatst kreeg ik het boekje 'De OnCyclopedie' van Gideon Haigh tegen. De Nederlandse vertaling van Maaike Post is ook bijgewerkt voor het Nederlandse taalgebied. De ondertitel van het werkje, uitgegeven als Rainbow Pocket, spreekt boekdelen: 'Alles waarvan u niet wist dat u het wilde weten'. Behalve oncyclopedische zaken (pH staat voor 'pondus Hydrogenium', letterlijk gewicht van waterstof; een overzicht van Chinese uitvindingen, beginnend met de vlieger en eindigend met wc-papier; de codenamen van Churchil, enz., enz.) staan er ook taalkundige spitsvondigheden in. Een tweetal wil ik u niet onthouden...

Geduld - Een milde vorm van wanhoop, vermomd als deugd.

Geschiedenis - Een grotendeels onwaar verslag van grotendeels onbelangrijke gebeurtenissen, die teweeggebracht zijn door grotendeels schurkachtige regenten en grotendeels domme soldaten.

Een aanrader, dus!


ISBN: 90-47-0597-X

22 maart 2006

Dit 'zegt' een baby.

ad-baby.jpgBaby’s kunnen nog niet praten, maar ze hebben genoeg manieren om duidelijk te maken wat ze voelen. Bron: AD

Wat bedoelt mijn baby?
Lichaamstaaldeskundige Frank van Marwijk (45) dacht dat hij alles van zijn vakgebied wist - tot zijn zoon Thijn werd geboren. Hij schreef er een boek over, dat vandaag wordt gepresenteerd. Zo onderscheidde hij negen verschillende manieren van huilen. „Veel ouders hebben geen idee wat hun baby bedoelt, en dat is niet goed voor de ontwikkeling van hun kind.”

Niet praten, wel communiceren
Praten kan een baby nog niet, maar zeggen des te meer. Als je tenminste oog hebt voor de talloze signalen die de dreumes al spartelend, huilend en pruillippend afgeeft.

Basis voor verdere ontwikkeling

,,Een baby kan heel goed duidelijk maken wat hij bedoelt, maar veel ouders begrijpen hem niet. Terwijl een goed contact met je kind de basis is voor zijn verdere ontwikkeling.’’

Van huilen tot gebaren
Van Marwijk dacht dat hij alles van lichaamstaal wist, tot zijn zoon Thijn werd geboren. In Nederland geldt hij als dé deskundige op dit gebied. Maar er ging een heel nieuwe wereld voor hem open. Het resultaat heeft hij beschreven in het boek Lichaams- taal bij baby's, dat vandaag wordt gepresenteerd op de Negenmaandenbeurs. ,,Een baby kan huilen dat het een aard heeft. Die heeft verdriet, wordt dan gezegd. Onzin! Waar zou een baby verdriet om moeten hebben? Ik onderscheid negen manieren van huilen: van pijn en honger tot vermoeidheid en een vieze luier. Dat is ook taal, het uiten van je bedoelingen, nog voor er sprake is van praten.’’ Tot een maand of drie is huilen de enige manier waarop een baby iets kenbaar kan maken. Daarna volgt een overgang naar gebaren en geluiden. ,,Ouders maken bijvoorbeeld een snuifbeweging als ze een bloem zien. Hun baby’s doen dat nabij elk bloemetje dat ze zien.’’

Word niet boos!
Het is belangrijk te beseffen dat een baby veel niet weet. ,,Sommige ouders zijn teleurgesteld als een baby net zo verrast reageert op een lege fles als op een duur cadeau. Hij ziet geen verschil! Wees ook niet boos als de baby een peperdure halsketting sloopt. Probeer dan met woord en gebaar uit te leggen waarom het niet mag.’’


Praten zonder woordenPraten kan een baby nog niet, maar zeggen des te meer. Als je tenminste oog hebt voor de talloze signalen die de dreumes al spartelend, huilend en pruillippend afgeeft.

Basis voor verdere ontwikkeling
,,Een baby kan heel goed duidelijk maken wat hij bedoelt, maar veel ouders begrijpen hem niet. Terwijl een goed contact met je kind de basis is voor zijn verdere ontwikkeling.’’

Van huilen tot gebaren
Van Marwijk dacht dat hij alles van lichaamstaal wist, tot zijn zoon Thijn werd geboren. In Nederland geldt hij als dé deskundige op dit gebied. Maar er ging een heel nieuwe wereld voor hem open. Het resultaat heeft hij beschreven in het boek Lichaams- taal bij baby's, dat vandaag wordt gepresenteerd op de Negenmaandenbeurs. ,,Een baby kan huilen dat het een aard heeft. Die heeft verdriet, wordt dan gezegd. Onzin! Waar zou een baby verdriet om moeten hebben? Ik onderscheid negen manieren van huilen: van pijn en honger tot vermoeidheid en een vieze luier. Dat is ook taal, het uiten van je bedoelingen, nog voor er sprake is van praten.’’ Tot een maand of drie is huilen de enige manier waarop een baby iets kenbaar kan maken. Daarna volgt een overgang naar gebaren en geluiden. ,,Ouders maken bijvoorbeeld een snuifbeweging als ze een bloem zien. Hun baby’s doen dat nabij elk bloemetje dat ze zien.’’

Verrassing
Het is belangrijk te beseffen dat een baby veel niet weet. ,,Sommige ouders zijn teleurgesteld als een baby net zo verrast reageert op een lege fles als op een duur cadeau. Hij ziet geen verschil! Wees ook niet boos als de baby een peperdure halsketting sloopt. Probeer dan met woord en gebaar uit te leggen waarom het niet mag.’’

Meer informatie
Boek bestellen

Bron: AD


Ronduit pet!

Zegt het werkelijk iets over je karakter als je, net als Lousewies van der Laan, de uitdrukking ronduit pet gebruikt? En is dat nou een oubollige zegswijze of niet? Tientallen lezers – voor- en tegenstanders van ronduit pet – reageerden. Hieronder een keuze uit hun reacties.

Allan Varkevisser: ,,Ik vind dat je met dit onderwerp wederom de spijker op de kop slaat. Ik ben leerkracht aan een basisschool en sta voor groep 7/8. Na een discussie met mijn leerlingen over grof taalgebruik kwamen wij gezamenlijk tot de conclusie dat de kinderen geen alternatief meer weten voor de grove krachtermen. We zijn op zoek gegaan naar alternatieven en kwamen zo tot een zogenaamd klein woordenboek van oorbare krachttermen. Veel woorden zijn inderdaad uit de mode, maar de kinderen waren heel welwillend om hun toevlucht te nemen tot deze ouderwetse krachttermen als sakkerloot, verdorie, tjonge, warempel, asjemenou of potjandorie.’’

Arnoud Veilbrief: ,,Ik ken het woord pet (in de zin van ‘slecht’) van mijn vader. Hij had het ook wel over pet met een rietje. Ik weet niet waar het vandaan komt, maar vind het wel een aardige uitdrukking die de man, zijn tijd en zijn milieu aardig karakteriseert.’’

Dick Schepers uit Wassenaar: ,,U reageert alsof Lousewies van der Laan de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen affreus heeft genoemd. Ronduit pet is misschien nog net een beetje netjes, maar U kunt Uw krachtig betoog echt niet op zo’n bescheiden nuance funderen, ook niet in de NRC. Trouwens om over zo’n futiel verschil zo op de dame te spelen, nee, daar krijg ik echt ‘kromme tenen’ van.’’

Frank Henzen: ,,U schreef over het verband tussen woordkeus, karakter en uiterlijk. Het gaat, denk ik, nog veel verder; ook de leeftijd van de spreker, haar of zijn woonplaats en de (gewenste/bereikte) geloofwaardigheid lijken me belangrijke aspecten bij het ‘beoordelen’ van iemands woordkeus.

[?] Als Lousewies van der Laan bij het grote publiek al een ‘tuthola-image’ zou blijken te hebben (wie zal het zeggen?!), dan kon zij met zulk taalgebruik daar niets ten goede aan veranderen: het bevestigt het publiek alleen maar in het (voor)oordeel. Als zij, aan de andere kant, opeens moeite zou doen om juist heel modern of ‘snel’, cool, hip, jong Nederlands te spreken, dan ‘helpt’ dat helemaal niet méér. Het ‘algemene’ publiek zou dat nog minder van haar pikken, en als er zoiets bestaat als een achterban, zou je die óók nog helemaal van je vervreemden - wég geloofwaardigheid. Het zou ook niet goed zijn. Je taal moet ook bij je ‘passen’. Je moet als politicus ook trouw aan jezelf zijn, niet proberen je anders voor te doen dan je bent. Jan Marijnissen kan het ‘hebben’ om taal als ‘yes!’ te gebruiken, want hij heeft nu eenmaal het image van ‘jongen van de gestampte pot’, en dat image past hem ook goed; maar zou hij opeens gaan praten als ‘echte’ politici (deftig, wijdlopig, veel praten maar weinig zeggen, omtrekkende bewegingen makend), dan vervreemdt hij zich van zijn doelgroep.

Frans Ververs uit Linne: ,,Nog een nooit meer gehoorde uitdrukking uit de vorige eeuw: ‘Oh, heden!’, om schrik of ontsteltenis uit te drukken.’’

Fred Stolp uit Santpoort-Noord: ,,Ik heb uw stukje over de reactie van de D66 voorvrouw op de verkiezingsuitslag met instemming gelezen. [?] Door deze reactie minacht mevrouw Van der Laan de uitspraak van ons kiezersvolk. Het is namelijk de democratie zelf geweest die heeft uitgewezen, dat haar partij zo ongeveer werd gehalveerd. De verkiezingsuitslag zal zij als D66-democrate moeten respecteren en niet moeten afdoen met ‘ronduit pet’, al dan niet met ‘dt’. Hoort deze reeds afgedane kreet bij de persoon in kwestie? Terecht zegt u ja! Je zou zelfs eruit kunnen afleiden, dat de reactie in kwestie inderdaad thuishoort bij een partij die als politieke partij als afgedaan kan worden beschouwd. Links en rechts is D66 toch de wind uit de zeilen genomen en is dientengevolge niets meer overgebleven van de verwezenlijking van de idealen waarvoor deze partij destijds nog bestaansrecht had!

Had zij dan de drieletterige benaming van het vrouwelijk geslachtsdeel moeten gebruiken? Neen, hiervoor zijn lieden als Paul de Leeuw c.s. meer op hun plaats. Wat dan? Onze taal biedt gelukkig een scala van mogelijkheden om ons als kijkerspubliek aan te spreken, hoewel het aantal politici dat dergelijke capaciteiten bezit niet indrukwekkend is. Mevrouw Van der Laan heeft ruim de tijd gehad om hierover na te denken, want duidelijk was, dat een klinkende zege voor D66 er niet in zat. Welsprekendheid is ook een vak! Ik zie in haar geen hoop in bange D66 dagen.’’

George Röben: ,,De leeftijd van mevrouw Lousewies van der Laan kan ik ongeveer inschatten maar wel wil ik u melden dat mijn moeder, geboren 1918, sinds een ruim aantal jaren de uitspraak ronduit pet gebruikt voor zaken en meningen waar ze het geheel niet mee eens is. Dat kunnen zaken zijn rond geloof, politiek of andere dingen waarover zij een geheel andere mening op na houdt. Of deze mensen er dan met ‘de pet’ naar gooien weet ik niet, maar wellicht het nazoeken waard.’’

Gonda van der Wulp: ,,Dat de uitdrukking ‘ronduit pet’ valt in de categorie ‘ernstig gedateerd’, ben ik met je eens. Misschien heb ik wat gemist, maar ‘oubollig’ is volgens mij (en de Van Dale uit 1992) niet synoniem voor ouderwets of uit de mode geraakt, hoewel het de laatste tijd steeds meer, of eigenlijk uitsluitend, in die betekenis wordt gehoord. Kennelijk ben ik, nu het gebruik van het woord in die zin min of meer mijn oor stoort, zelf ook wat oubollig aan het worden. Het zij zo!’’

Hans Citroen: ,,Meneer Sanders wij zijn getuige van een retro-verschijnsel. Zoals de kleine man met zijn confectiepakkie an zijn broek met wijde pijpen gewoon moet bewaren, het wordt vanzelf weer mode, zo gaat het ook in de taal. Mevrouw Lousewies loopt vooruit op de troepen. Bij de pinken blijven, Sanders!’’

Heleen Lie-Venema: ,,Met enige verbazing las ik dat u ronduit pet zo’n vreselijk gedateerde uitdrukking vindt. Misschien behoor ik ook wel tot de categorie tuthola’s (ben tenslotte ook al bijna 40), maar de eigentijdse alternatieven die u noemt gaan allemaal in de richting van een K-woord en dat vind ik eigenlijk ronduit grof. Wie zonder grof te worden niet meer uit z’n woorden kan komen geeft vooral blijk van een gevoel van onmacht. Zo ervaar ik het zelf in elk geval als ik dergelijke krachttermen uit.’’

Henkjan van Vliet: ,,Toen ik Loesewies van der Laan op tv ronduit pet hoorde zeggen, was mijn onmiddellijke associatie: Joop ter Heul, giechelende hockeymeisjes, en de verhalen van mijn moeder over haar goedburgerlijke Haagse jeugd in de jaren ´20 en ´30 van de vorige eeuw. Loesewies was voor mij daarmee hopeloos ´out of touch´. In uw rubriek miste ik de verwijzing naar dat typisch burgerlijke kakkineuze karakter, dat ook Loesewies aankleeft, en waarbij het er niet echt toe doet of de dames feitelijk Haags zijn, maar wel van een ´ouderwets´ soort nettig/truttigheid. Dames als Mabel Wisse Smit of Medy van der Laan zie ik er ook wel voor aan om de laatste theatervoorstelling als ´echt snert´ te becommentariëren.’’

Jenny: ,,Nog nooit had ik iemand ronduit pet horen gebruiken. Vroeger kwam je pet wel eens tegen in meisjesboeken, maar door volwassenen hoorde ik het nooit eerder gebruiken. Ik verslikte me in de koffie, toen ik het hoorde. Ik ken OOK geen oudere vrouwen dan Lousewies van der Laan, die die uitdrkking zouden bezigen. Ze heeft het misschien van haar grootmoeder? (Want het is waarschijnlijk zelfs ouder dan ‘mieters’ of zo?).’’

Joost Gieskes: ,,Hemeltje lief Ewoud, wat heb ik nu aan mijn pet hangen? Wat je me nu te berde brengt over die pet is toch wel klinkklare nonsens lijkt mij. Ik heb er bepaaldelijk geen hoge pet van op als je beweert dat je aan iemands woordgebruik diens karakter kunt bepalen. Haha! Dat slaat als een tang op een varken. [?] Ik zie werkelijk niets truttigs in het gebruik van pet door Loesewies, ik ben alleen maar blij als mensen gebruik maken van onze rijke taal, die nooit gedateerd is! Met schuttingtaal is meer mis!’’

Judith Maassen: ,,Met lichte verbazing las ik uw beschouwing over pet en Lousewies van der Laan. Pet is misschien in onbruik aan het raken (ik denk dat mijn kinderen het niet zo gauw in de mond zullen nemen), maar ik associeer het absoluut niet met deksels, goeie grutjes of sapperloot. Deze laatste termen zou ik nooit gebruiken, ze komen mij volstrekt belachelijk voor, terwijl pet voor mij heel aanvaardbaar is. Ik gebruik het geregeld. Ik ben geboren in 1956 en heb mijn leven lang in Amsterdam gewoond. Sapperloot e.d. was in mijn jeugd al volstrekt buiten de orde, een soort niet-leuke boekentaal, uitsluitend gebruikt door Pipo de Clown. Als ik goeie grutjes zou zeggen, zouden mijn kinderen (20 en 21 jaar) op hun voorhoofd wijzen, maar tegen pet hebben ze nooit bezwaar gemaakt. Pet gebruik ik door elkaar met prut en flut. Overigens ben ik geen Van der Laan type, al stem ik wel op haar. Ik heb geen parelketting en doe ook niet aan hockey.’’

L.J. Lewin: ,,Wat is dat nou toch jammer. Nu is er eindelijk eens een politicus die na een verkiezingsnederlaag ronduit, in klare taal en zonder voorbehoud, uiting geeft aan haar teleurstelling en frustratie en verslagenheid, die geen excuses en smoezen en relativeringen gebruikt, die zich bezint op ‘wat nu’, natuurlijk, maar dat vervolgens direct uitstelt tot de dagen na de verkiezingen en op de verkiezingsavond de dag genoeg laat hebben aan zijn eigen kwaad - en het enige wat u hoort is een als tuttig ervaren vrouwenwoord.

Nee, meneer Sanders, ‘zwaar klote’ of ‘gewoon kut’, dat soort uitdrukkingen zijn nog altijd niet gangbaar onder welopgevoede lieden en zeker niet als ze een openbare toespraak houden. Ik denk ze niet eens, laat staan dat ik ze uit de strot zou krijgen. En ‘deksels’ of ‘sapperloot’ - dat soort woorden zijn mij echt even vreemd als u. Waarom moet aan een uitdrukking de maatstaf ‘is die nog wel van deze tijd’ worden aangelegd? Laat een vogeltje toch zingen zoals het gebekt is, zeker als het zich zo uitstekend uitdrukt als Lousewies van der Laan.

Waarom heeft nou niemand gehoord dat zij een magistrale toespraak hield, veel beter dan de brallerige triomfkreten van Jan Marijnissen of de kokette, maar o zo gemakkelijke oplossing die Wouter Bos koos? Toegegeven, ik zei het al, misschien is ‘ronduit pet’ wel een vrouwenterm, misschien is die zelfs een tikkeltje ouderwets, een beetje quasi-deftig zelfs, maar op de plaats en tijd en in de context waarin Lousewies van der Laan die term gebruikte, gaf die precies weer hoe ze zich voelde en verwoordde ze er prima de gevoelens van haar patijgenoten mee - zelfs als sommigen van hen persoonlijk een wat grovere term in de mond hadden genomen. En toegegeven, misschien raakt D66 - niet mijn partij overigens - uit de mode. Maar dat is een politiek oordeel, het heeft niets met taalkunde te maken en ook niet met retorica, een vaardigheid die de spreekster uitstekend bleek te beheersen. Waarom zegt niemand dat nu eens?’’

Maarten Dulfer uit Peize: ,,Is het handig voor een fractieleider om taal te gebruiken die opvalt omdat die uit de mode is? Opvallen is handig en handige politici hebben geen goede naam, daarom is het woord behendig in zwang geraakt. Afgezien daarvan is het antwoord ‘vast niet, maar het is ook niet erg’.

Modieuze taal van politici doet de tenen evenzeer krommen als oubolligheid. Yes, yes, yes kan nog net, zwaar puntje puntje niet. Bij het ronduit pet van mevrouw Van der Laan dringt vooral de statiegeldfles zich op; D66 maakt ergens diep weg nog iets groens en moderns los, kennelijk. Kennelijk beoordelen we politici op het hele pakket van kennis, meningen, partij en persoon. Gelukkig maar.

[?] Politici weten best dat ze op hun woorden moeten passen - politici beseffen dat ze handig moeten zijn. Burgers mogen beter beseffen dat niet een enkel woord alles zegt. Journalisten en andere publicisten moeten misschien wat minder duiden. Geen uitvergrotingen presenteren omdat die zo veelzeggend zouden zijn. Geen grote woorden gebruiken bij het duiden van kleine woorden. Het ging over pet, maar zelfs in een volkomen onschuldige krantenrubriek valt al het woord karakter. Laten we ons inhouden, dan kunnen de politici wat meer naturel zijn en blijven we misschien verschoond van genante vertoningen.’’

Maarten Barckhof: ,,Bij ouderwetse uitdrukkingen als pet kan iemand genadeloos door de mand vallen, bij moderne kreten die net ‘uit’ zijn ook (een leraar die vet zegt terwijl het nu cool moet zijn, iets dergelijks) en mee willen doen maar de de kreet verhaspelen is in de ogen van (jonge) ontvangers helemaal een ramp.’’

Margriet Brandsma- van der Laan uit Geldrop: ,,Mijn moeder gebruikte de uitdrukking naadje pet als iets echt heel teleurstellend was verlopen; ze bedoelde dus gewoon ronduit pet! Zij was geboren in 1911; ik vermoed dat deze uitdrukking bij haar generatie hoorde. Zelf heb ik die nooit gebruikt en ik hoor het ook niet bij mijn generatiegenoten, die toch altijd weer een generatie ouder zijn dan Lousewies! Ik kan me dus goed vinden in uw conclusie, dat deze uitdrukking nogal gedateerd is.’’

Pieter de Kort: ,,‘Pet’, ‘gewoon pet’ en misschien ook ‘ronduit pet’ zeg ik wel eens. En niet om oubollig te doen, maar omdat het lekker vlot en krachtig maar niet grof klinkt. De andere woorden, waarmee u pet op één lijn stelt, vind ook ik zeer oubollig en gebruik ik nooit. Ik kon uw mening over de woordkeuze van Lousewies van der Laan dan ook niet goed plaatsen. Toen mijn vrouw thuiskwam vroeg ik haar wat ze van ‘pet’ vond. Goeie uitdrukking, zei ze, gebruik ik wel eens. We zijn even oud als Lousewies van der Laan. Misschien is/was de uitdrukking in zwang bij studenten in Leiden. Niks mis mee, met pet.’’

Rob Sparnaaij uit Eindhoven : ,,Mijn vrouw geeft parttime les in verzorgende beroepen. Ze zei, dat ze tegenwoordig goed moest opletten wat voor woorden ze gebruikt. Als ze het woord ‘beurt’ gebruikt gaat de klas vaak lachen en gniffelen en zweven er dubbelzinnige opmerkingen door het klaslokaal. Voor mij als 53-jarige is beurt een heel gewoon woord, zeker in een klas met leerlingen. Zo ook met het woord ‘doos’. ‘Stop dit maar in je doos’. Hilariteit alom.

Vorige week kwam er een leerling naar haar toe en die zei, dat ze een zo leuk woordgebruik had. Als voorbeeld gaf hij o.a. dat mijn vrouw eens gezegd had; ‘dat stinkt als een oordeel’. Kennelijk heeft onze generatie een heel ander taalgebruik dan de jonge generatie van nu. Een ander voorbeeld. Mijn zoon van 22 loopt stage op een middelbare school en geeft gymnastiekles aan Atheneumleerlingen. Maar als hij de opdracht geeft dopjes in de zaal op bepaalde plaatsen te leggen is het lachen geblazen, want, tsja, een dopje is eigenlijk een eikel en bij het woord ‘dopje’ in de gymzaal wordt gelachen. Nu is onze zoon jong en kan hij hier goed mee omgaan en maakt zich er helemaal niet druk om. Nu vind ik als oudere, dit verloedering van de taal. U noemde het woord ‘kut’ dat in rap tempo z’n taboewaarde aan het verliezen is. Ik blijf het een schuttingwoord vinden en zo tikkende vraag ik me af, of er tegenwoordig nog wel schuttingwoorden bestaan?’’

Tineke de Ridder: Voor het eerst ben ik het niet met je zienswijze eens. Ronduit pet, of Pet met een rietje of heel iets anders: huilen met de klep op, zijn naar mijn mening helemaal niet truttig. Ja akkoord, niet de laatste nieuwe maar ik gebruik het ook best wel vaak als ik het het drieletterwoord gewoon niet kan gebruiken om wat voor reden dan ook. Eigenlijk heb ik het idee dat deze woorden een comeback maken net zo als het woord ´fuif´. Volgens mij zijn het dan camp-woorden geworden!’’

Ton de Wit uit Leiden: ,,Ik genoot van uw beschouwingen over het baalwoordje ‘pet’, opgetekend uit de mond van een nog tamelijk jonge, ontwikkelde en zelfs (hoog)opgeleide vrouw. Als 59-jarige man spoelde ik op de bewuste verkiezingsavond even terug of ik die - bijna vergeten - term wel goed verstaan had. Kortgezegd: hij deed mij goed! Oubollig, versleten of klassiek: zij had inderdaad ook shit of kut kunnen roepen, en dan had ze er vast een groter bereik mee gehad, maar ik vind dit woord niet alleen ‘hollandser’ klinken maar ook dezelfde baal-zeggingskracht hebben als de eerder genoemde; bovendien is het niet grof. Waarmee ik maar wil zeggen dat sommige woorden een zekere herinburgering verdienen wanneer hun opvolgers of lelijke leenwoorden zijn of grofbekkig. Beschouwt u dit als mijn persoonlijke pet-itie.’’

Walter Crommelin: ,,Ik herinner mij van misschien wel veertig jaar geleden de toen al op jaren zijnde Amsterdamse wethouder Koets, die na een bepaalde politieke verwikkeling als commentaar gaf: ‘Ik voel mij grotelijks belazerd’. Deze keurige ambtenaar liet zich in het toen nog zeer onparlementaire ‘belazerd’ even gaan, maar bleef in het formele ‘grotelijks’ toch de keurige ambtenaar.

Wij moesten daar toen erg om lachen. Bij Lousewies moest ik ook lachen: dat een jong iemand, die zich toch enigszins ‘dynamisch’ en ‘aansprekend’ wil presenteren, zo’n belegen uitdrukking kiest. Ze had veel beter ‘zwaar klote’ kunnen zeggen, zoals u suggereert. Dat zou misschien zelfs wel een goed opmaatje tot de 2de-Kamerverkiezingen geweest kunnen zijn.’’


Bron: NRC 22 maart 2006

21 maart 2006

Kris Struyven zingt in kunsttaal.

Uit 'De Gentenaar' van 21 maart 2006

TIENEN - Met de single Jo Toe neemt tenor Kris Struyven een nieuwe start in muziekland. Met componist en tekstschrijver Paul Pans begint hij aan een tweede carrière. Struyven zingt in een kunsttaal, zoals Urban Trad.


Sinds hij in 2000 met La donna e mobile van Verdi de Grote Prijs Bart Peeters won, bleef het stil rond de Tiense zanger. De single is een klassieke ballade, geschreven en gecomponeerd op maat van de tenorstem van Struyven. ,,De melodie blijft gemakkelijk in de oren hangen'' licht Paul Pans toe. ,,Het grote stembereik van Struyvens stem wordt breed uitgesmeerd. De tekst klinkt Italiaans, maar is in een onbestaande taal, die toch emotioneel overkomt.''

Urban Trad werd met zoiets tweede op Eurosong en dit jaar pakt Treble (Nederland) ermee uit. Vermoedelijk volgt dit jaar nog een tweede single en een full-cd.

Pans en Struyven kennen elkaar van in het Sint-Jozefsinstituut in Tienen. Pans werkt er als muziekleraar, Struyven als deeltijdse schilder. Tijdens middagpauzes beluisteren en bespreken ze muziek en maken plannen.

Firma over kop

Struyven lag onder contract bij Label Vie en coverde hoofdzakelijk klassieke nummers. De platenfirma ging over de kop en Struyven stond op straat. Voor Jo Toe trokken hij en Pans naar de platenbazen van Henri Deschuyteneer en Eddy Govert van de Publishing Group Deschuyteneer & Van Mouffaert. Kris heeft nu een driejarig contract versierd.

,,Een liedje moet niet steeds over liefde gaan'', verdedigt Struyven zijn single. ,,Inhoudelijk betekent Jo Toe niets, maar er zit emotie in. Het is iets leuks, volks, goed om mee te neuriën. Een jaar lang was ik erg gefrustreerd over hetgeen me was overkomen. Muziek hield me recht. Ik leerde veel uit het verleden. De muziekwereld is een erg aparte bedoening. Als volkse jongen kan ik er niet zo goed mee overweg. Ik liet met me sollen. Er werden me dingen gevraagd, waar ik niet achter stond. Nu doe ik wat mij zint. Paul Pans begrijpt dat.''

Jo Toe ligt binnenkort in de handel tegen 4 à 5 euro. (BE)

18 maart 2006

Engrish 3

The Bodyshop:

“May I have two dead bodies, please?” :-)

Het neiste Neidrèents oet Taolkraant 30

artsenpost - doktersnust
begroting - geldrooi
bikinilijn - scheertoefie
continuïteit - deurloop
consequent - rechtoet
liveshow - loerpregramma
recensent - zoerschriever
goede referentie - ophemeltie
stand-up comedian - moppenrevelaor
ternauwernood - krapan
zorgverzekering - heufdpienregeling
Bron: Drentse Taol

Drèents Dictee 2006

Het begunt der al aordig um te spannen. Lu die nog drok an de studie bint, moet der misschien nog drokker achterheer, want… vrijdag 31 meert is het Drèents Dictee; rechtstreeks op TV Drenthe um 19.00 uur ’s aovends. Het pregram waorin het oetzunden wordt, is ‘Drents Maaiveld’, dat hielemaol in het tieken van de streektaol staon zal. Je kunt in hoes metschrieven en zölfs metan doen veur de priezen. Dan moej wal over internet met lienpost beschikken, want je moet je dictee vlot opsturen.
Oproep!
As der lu in ’t boetenlaand bint, die metschrieven wilt met het dictee én de beschikking hebt over een webcam, zulden die dat an oes deurgeven willen (drentsetaol@pbcdrenthe.nl) . As het technisch meugelk is, brengt TV Drenthe je in hiel Drenthe in de hoeskamers.

17 maart 2006

Dubbele ontkenning

Minister Veerman vanmiddag op Radio 1 over de MRSA-bacterie die aangetroffen is bij varkenshouders, die mogelijk een gevaar vormen voor ziekenhuispatiënten: “We moeten voorkomen dat zij niet in contact komen met ...” etc.

Het is volstrekt duidelijk wat er bedoeld wordt, maar het kwam wat l[CENSUUR]g zijn strot uit.

Dit soort dubbele ontkenningen kan soms voor grappige of onverwachte wendingen in een gesprek zorgen. Hoe beantwoord je bijvoorbeeld een vraag als: “Ga jij morgen ook niet naar dat feest?” Gevoelsmatig wil je antwoorden “Nee, ik ga ook niet”, maar deze dubbele ontkenning levert feitelijk een onduidelijk antwoord. Correcter zou zijn “Ja, ik ga ook niet” hetgeen immers een bevestiging is van het gestelde. Zelf los ik deze vragen op --als ik het tenminste bijtijds opmerk-- met het antwoord “correct” of “dat klopt”.

Een mooie die al schrijvende bij mij opkomt is de uitspraak van de Wicked Witch of the West uit de Wizard of Oz: “Don't nobody bring me no bad news”. Ga die maar eens even ontleden. Have fun!

Engrish 2

Goh, wat een keuze. Wat neem jij?

manu1.jpg

Moeilijk hoor, soep of zand....

manu2.jpg

Ik doe hier al jaren de kouwe koe.

manu4.jpg

" Fuck to burn the of", precies!


manu5.jpg

Goddank zitten de germs in zijde vannavond.

manu6.jpg

...en dat voor maar 48 yen....


manu7.jpg

Lastige kiezen, als jij nou brandend carbon neemt, bestel ik "with rather"

Engrish

Engrish is het fenomeen van niet -grappig bedoeld maar wel vaak erg lachwekkend Engels. Vooral in Aziatische landen komt Engrish voor, maar ook veel andere landen zijn vindplaatsen. Zelfs in Australie, de VS en in Engeland wordt regelmatig Engrish aangetroffen. Engrish lijkt vooral geliefd bij reclamemakers en productontwerpers.
Een paar voorbeelden:

coolpis.jpg


...het smaakte al zo waterig...

fook-yew.jpg

Ik weet niet of ik hier nog terug kom.....


french-flies.jpg

...en hier waarschijnlijk ook niet!

15 maart 2006

De spraakcomputer als slagboom voor Nederland

Inburgering in Nederland begint voortaan in Verweggistan. Wie zich in Nederland wil vestigen, moet eerst op de ambassade in het thuisland slagen voor een examen in de Nederlandse taal en cultuur. De toets, gemaakt door een bedrijf in Velp, is omstreden. Bij 134 ambassades en consulaten zijn ze er klaar voor. Examenhokken zijn ingericht met een vingerscan en digitale camera om te controleren of de examenkandidaat is wie hij beweert te zijn. Er is een telefoon om antwoorden in te spreken, die is verbonden met een spraakcomputer elders die de score meet. De machine bepaalt of iemand is gezakt of geslaagd.

„Nog niet eerder is de technologie gebruikt voor een toets waar zoveel vanaf hangt“, zegt Catia Cucchiarini, spraakherkenningstechnologe aan de Nijmeegse Radboud Universiteit. Het is bijvoorbeeld toegepast bij de WK Voetbal in Korea om vrijwilligers naar globale talenkennis in te delen in groepen. „Hier hebben we het over een toets die mede bepaalt of je wel of niet het land in mag.“

Het Basisexamen Inburgering werkt met spraakherkenning, Phonepass heet het systeem. Een consortium van drie bedrijven kreeg in 2004 de opdracht van het ministerie van Justitie om de nieuwe inburgeringstoets met deze technologie te maken. Een van deze bedrijven is Language Testing Services (LTS) in Velp.

Diverse taal- en spraakdeskundigen vinden het een slechte zaak dat de toets nu al wordt ingevoerd. Volgens hen is niet aangetoond of hij wel of niet goed werkt. Ook TNO, ingeschakeld voor een second opinion, vindt dat. Maar TNO ziet geen bezwaar om er alvast mee aan de slag te gaan en in de praktijk verder onderzoek te doen. Ter controle worden de eerste vijfhonderd examens ook door mensen beoordeeld.

„Flauwekul, een doekje voor het bloeden“, meent taalkundige Erik van Schooten aan de Universiteit van Amsterdam. Van Schooten en Cucchiarini zaten beiden in een team van deskundigen dat werd ingehuurd om de kwaliteit van de toets te beoordelen. „Maar op grond van de onderzoeksresultaten die wij hebben gezien, kun je niks zeggen over de kwaliteit van de toets. Dat is dodelijk. Eigenlijk is het een non-onderzoek. Je had net zo goed niks kunnen doen“, zegt Van Schooten. Dat de toets, met nog zoveel vraagtekens, wordt ingevoerd, steekt hem. „Als examenkandidaat kun je geen beroepsprocedure meer beginnen, zelfs al meet de computer je lichaamslengte in plaats van je taalvaardigheid.“

Cucchiarini: „Wij als groep deskundigen hebben zelf geen onderzoek of experimenten met Phonepass gedaan. We hebben alleen de resultaten beoordeeld van onderzoek dat het consortium heeft gedaan.“

Bij Phonepass moet de computer een verschil maken tussen mensen die een bepaald taalniveau wel of niet beheersen. Voor het inburgeringsexamen is dit het laagste taalniveau, A1-min. Kandidaten moeten een paar eenvoudige Nederlandse zinnen kennen. Volgens Cucchiarini is niet overtuigend aangetoond dat de computer kan onderscheiden of iemand net wel of net niet dat vereiste taalniveau heeft. De machine kan alleen grof onderscheid maken. „Als je iemand vraagt om kinderen, volwassenen en bejaarden in aparte groepen te zetten, lukt dat wel. Maar als je ze kinderen tot tien jaar laat zien en je vraagt ‘welk kind is ouder of jonger dan zeven jaar’, is dat veel moeilijker te bepalen. Zo moet je het verschil zien.“

De spraakcomputer kan ook antwoorden goed rekenen die fout zijn, zegt ze. „Een examenvraag is: wat maak je met een fototoestel? Goede antwoorden zijn foto, foto’s of kiekje. Stel iemand antwoordt: ‘Fototoestel? Ik weet niet wat dat is?’ De machine hoort het woord foto en rekent het goed.“ Van Schooten: „Met deze toets kunnen meneer 1 en mevrouw 2 even taalvaardig zijn, maar een totaal andere score halen. De vraag is waarom het minister Verdonk Siberisch laat. Halverwege het hele proces zei ze nog dat de toets er niet zou komen als deskundigen hem niet goed zouden vinden.“

John de Jong van het Velpse bedrijf Language Testing Services verwacht geen grote verschillen tussen de scoreberekening van de computer en controleurs van vlees en bloed. „Er zijn internationale deskundigen die zeggen ‘ik heb nog nooit zo’n goede toets gezien’. Vroeger liepen er ook mensen met een rode vlag voor de auto uit toen die in de praktijk verder werd uitgetest. We hebben de deskundigen om adviezen gevraagd en die opgevolgd. Als ze achteraf niet tevreden zijn, is dat hun verantwoordelijkheid.“

Het examen

Het diploma is een jaar geldig. Wie zakt, kan het examen overdoen. Dit kost telkens 350 euro. Wie slaagt, kan de toelatingsprocedure beginnen. Het papier is geen garantie voor een verblijfsvergunning. Enkele vragen zijn:

Tot welke leeftijd moeten kinderen naar school? (18 jaar)

Is wapenbezit zonder vergunning toegestaan? (nee)

Hebben alle mensen in Nederland hetzelfde geloof? (nee)

Krijgt u in Nederland een uitkering of moet uw partner voor u zorgen? (partner)

Als u ziek wordt, gaat u dan naar de huisarts of het ziekenhuis (huisarts)

Leren kinderen als ze spelen? (ja)

Is Nederland duur of goedkoop? (duur)

foto thuis

Uit: De Gelderlander, door Wilma de Kort

HET MOOISTE AMSTERDAMSE WOORD

HET MOOISTE AMSTERDAMSE WOORD:
Drijfsijssie wint, geinponum tweede

De eerste drie finalisten zijn bekend. Drijfsijssie won de ronde 'Lachen' met zeventien procent van de stemmen. Niet onverwacht, het woord werd ook tientallen malen genoemd toen we suggesties vroegen.
Geinponum volgde er pal achter met zestien procent. De strijd tussen gebbetje en Haarlemmerdijkie was bikkelhard, beide elf procent, gebbetje won, met acht stemmen verschil. Het arme zeilvinkie eindigde helemaal achteraan. De gleuvenrijder waar lezer Paul van Buuren getuige zijn website zo dol op was, heeft het dus evenmin gehaald. Die website vol newspeak is overigens zeer de moeite waard: paulvanbuuren.net

En ach, dat die bonjedempers nu moeten afvallen (zes procent), de democratie heeft niet louter voordelen, dat blijkt maar weer.

Tijd voor de volgende categorie: Handel en geld. We nemen de vijftien woorden weer even door. Te beginnen met gallemieze, aan de gallemieze liggen betekent blut zijn, maar heeft misschien nog wel een zwaardere lading. Astrid Ikelaar: 'Alle ellende die een mens mee kan maken zit in dit woord.' Voor M. van der Linden geeft het woord 'het gevoel dat het eeuwig jammer is en het niet zover had mogen komen.'

De habbekrats (ook wel habbekras) hebben we naar ons toegetrokken, hoewel een enkel jurylid twijfelde aan het Amsterdamse karakter ervan. Maar het woord klinkt zo lekker. Gelukkig schieten Enno Endt en Lieneke Frerichs ons hier weer te hulp. In hun Bargoens Woordenboek geven ze als mogelijk woordverklaring 'n halbe Karat', een halve karaat, oorspronkelijk in de mond van Duits-Jiddisch sprekende diamantslijpers. En waar woonden die Duits-Jiddisch sprekende diamantslijpers? Precies.

Jatmous (ook wel jatmoos) is het eerste geld dat de handelaar op een dag verdient, de traditie wil dat er op gespuugd wordt. De betekenis fooi is ook bekend. De term raakte in de jaren zestig en zeventig in de mode dankzij een bestseller van de taxichauffeur Harry Boting Wie geeft me jatmous, uiteraard daarna gevolgd door weer een deeltje Nog meer jatmous.

Een kaaljakker is een armoedzaaier, dalles is armoede (Endt wijst nog op de dallesdekker, een mooie jas om het armoeïge zooitje daaronder te verhullen) en merode is ook al armoe.

Ramsj is nog zeer gangbaar, vooral bij boeken. Verwezen wordt naar het Jiddische woord rammoes, bedrog.

Koefnoen is een prachtig woord, weer vaak gehoord dankzij dat geestige televisieprogramma van Paul Groot en Owen Schumacher. We hebben het hier een beetje binnengesmokkeld, het betekent vrijkaartje, koef alleen betekent gratis. Kof is de letter K in het Hebreeuws, Nun de letter N. K.N. staat voor 'kost niks.'

Tinnef komt ook al uit het Jiddisch en betekent rotzooi, slechte waar, in diezelfde betekenis is het ook tot het Duits doorgedrongen.

Mansen is het geld ophalen door straatmuzikanten, bij ons natuurlijk vooral orgeldraaiers, met de stoepier (spreek uit stoepjee) zijn we weer bij de aansmoezenier van vorige week. Iemand die buiten, op de stoep, klanten (kleding)zaken in probeert te lokken.

Over de 'Oostenrijker', een meevaller maar ook een vrijgevige figuur, meldt Dick Houweling: 'Mijn overleden vader gebruikte het dikwijls. Waar het vandaan komt weet ik niet. Ik meen dat een oude Parool-columnist (Nico Merx ?) de herkomst in de horeca plaatste. Een kastelein zou een 'Oostenrijker' hebben als er een buitenlander in de zaak was geweest die gemakkelijk te 'tillen' was.' Volgens Cees Brouwer was de Oostenrijker 'oorspronkelijk keizer Maximiliaan van Oostenrijk die uit dankbaarheid aan Amsterdam het recht verleende de keizerskroon in haar wapen te voeren. Ook siert deze kroon de Westertoren, die torent boven alles uit net zoals het mooiste Amsterdamse woord: Oostenrijker.'

Het joetje, de meier en de spie kennen we natuurlijk, een aantal van die oude geldtermen moesten erbij vonden we. Zijn er al nieuwe bijnamen voor het eurogeld?

PAUL ARNOLDUSSEN

Vier originele taalprojecten genomineerd voor Taalunie Onderwijsprijs

De jury van de Taalunie Onderwijsprijs onder voorzitterschap van Rita Rymenans, voorzitter van het Platform Onderwijs Nederlands, heeft de genomineerden bekend gemaakt voor de Taalunie Onderwijsprijs.

Taalunie Onderwijsprijs
Met de Taalunie Onderwijsprijs worden scholen in Nederland en Vlaanderen onderscheiden die op een innovatieve manier omgaan met onderwijs in en van het Nederlands. De prijs wordt om de twee jaar toegekend aan de meest vernieuwende en doelmatige projecten op dit terrein. Een jury van deskundigen op het gebied van taalonderwijs heeft uit de 18 inzendingen vier projecten genomineerd.

De genomineerden
'De verteltas' van De Regenboog uit Amsterdam (NL) stimuleert het lees- en voorleesplezier bij jonge kinderen met prachtige tassen vol verhalen en spelmateriaal en verhoogt de betrokkenheid van (allochtone) ouders bij het onderwijs.
Tijdens de 'Gedichtenroutes door de stad' van Berkenboom Humaniora uit Sint-Niklaas (B) zwaaien de laatstejaars van deze school voor één dag met de scepter en wordt de hele school ondergedompeld in een gedichtenbad.
'Digitaal vertellen' van Teleac/NOT samen met twaalf scholen (NL) spreekt de creativiteit en schrijfvaardigheid van leerlingen aan door hen videoclips te laten maken van hun eigen verhalen.
Het Provinciaal Technisch Instituut uit Eeklo (B) is genomineerd met twee projecten: 'Veroordeeld tot een gedicht', een uitdagend poëzieproject dat aansluit bij de belevingswereld van jongeren uit het technisch onderwijs en 'Een stap in het onbekende', een taakgericht taalvaardigheidstraject waarbij de leerling zelf instructeur wordt.

Uitreiking prijs in het Vlaams Parlement te Brussel
Op woensdag 17 mei worden de genomineerde projecten voorgesteld in woord en beeld (video) aan een gemengd publiek van betrokken leerlingen en leerkrachten, onderwijsdeskundigen en politici. Na de vertoning maakt de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, Vandenbroucke de winnaars bekend en overhandigt hij de prijzen aan de winnende scholen.

Nederlandse Taalunie
In de Nederlandse Taalunie voeren de Vlaamse, Nederlandse en Surinaamse overheid gezamenlijk beleid op het gebied van de Nederlandse taal, onderwijs en letteren. De Taalunie ziet het als haar opdracht om ervoor te zorgen dat alle Nederlandssprekenden hun taal op een doeltreffende en creatieve manier kunnen gebruiken. Meer informatie over de Nederlandse Taalunie is te vinden op www.taalunieversum.org.

14 maart 2006

Jeetje, wat een taal!


We hebben er lang op gewacht, maar eindelijk is het bekend. De bond tegen het vloeken is uitgeteld laat ons niet langer in spanning. De publieke omroep is grover dan commerciële.

Het is voor het eerst in drie jaar dat de publieken de titel binnenhalen. Vooral omroep BNN levert een grote bijdrage aan de score, alleen het programma ‘spuiten en slikken’ zorgt al voor een flinke piek. Bij BNN vliegen er per uur ruim zes vloeken over het scherm.


‘Het is niet goed om anderen van alles toe te wensen, bovendien is het nergens voor nodig,’ vindt de bond. Ook zogenaamde bastaardvloeken als ‘jeetje’ (afkomstig van Jezus) en ‘gadver’ (afkomstig van godverdomme), moeten verbannen worden.

BNN reageert laconiek, ‘schelden moet functioneel zijn. We willen dat onze presentatoren echt zijn. Een vloek af en toe hoort er nou eenmaal bij.’ Omdat BNN zich op jongeren richt, komt er regelmatig ‘straattaal’ op de zender. ‘Kijk, we willen niemand kwetsen, maar van een vloek meer of minder liggen we niet wakker. En als de bond valt over ‘jeetje’ kunnen we ze al helemaal niet serieus nemen

NOS headlines, dinsdag 14 maart 2006

13 maart 2006

Hoop op Europees succes met Treble-taal


AMSTERDAM - Amambanda, oftewel 'zet 'em op'. Met dat liedje hopen de meiden van Treble, zondagavond de winnaar van het Nationaal Songfestival, hoge ogen te gooien tijdens het Eurovisie Songfestival in mei in Athene. Hun eigen fantasietaal is naar eigen zeggen hun belangrijkste troef op het internationale podium. „Onze Treble-taal is universeel”, verklaarden de Limburgse artiesten na afloop van het liedjesevenement.

Hun eigen brabbeltaaltje kent wel enkele codes. Zo is er dus een vertaling voor Amanbanda. „Maar onze taal moet je toch vooral voelen”, legde zangeres Caroline Hoffman (30) uit. „Het winnende lied gaat over je ongelofelijk goed voelen, over je gevoel achterna gaan. Die energie proberen we althans uit te stralen.”

Naast Hoffman wordt het trio gecompleteerd door de zusjes Nina (20) en Djem van Dijk (18). Samen maken ze al tien jaar muziek, maar in 2004 braken ze door met de nummer 1-hit 'Ramaganana'.

Treble noteerde een afgetekende overwinning op de andere twee kandidaten aan het liedjesfestijn. De vroegere Idols-deelneemster Maud kreeg 13 procent van de stemmen, terwijl de Amsterdamse rockband Behave 15 procent binnensleepte. De Treble-meiden dreven even op een roze wolk. „Voor ons is het een droom om met ons ding naar buiten te gaan.”

En naar buiten gaan dat zullen ze zeker doen. Voorafgaand aan 18 (voorronde) en 20 (finale) mei zullen ze zoveel mogelijk landen bezoeken om zich daar zo geliefd mogelijk te maken en zoveel mogelijk stemmen voor zich te winnen. Maar de support in eigen land vergeten ze niet. „De steun van onze fans was hartverwarmend.”

NOS-directeur G. Dielessen verklaarde na de laatste tonen dat Treble altijd al zijn persoonlijke favoriet was. „Deze overwinning van deze band is het levende bewijs van de nieuwe aanpak van het Songfestival.” Enkele dagen geleden maakte hij bekend dat volgend jaar de NOS het festival wellicht niet meer verzorgd. Dit omdat een dergelijk evenement niet meer tot de kerntaken van de NOS behoort.

Staatssecretaris Van der Laan (Media) was ook aanwezig in de Amsterdamse Music Hall en maakte zich niet veel zorgen over de toekomst van de liedjeswedstrijd. Presentator Paul de Leeuw stelde in de uitzending telkens dat het evenement waarschijnlijk wel naar Talpa zal gaan. „Dat zal in ieder geval niet gebeuren”, schetste de D66-politica. „Het Songfestival moet namelijk door een publieke omroep worden gemaakt. Als dat een andere is dan de NOS dan lijkt mij dat geen probleem.”

Bron: Telegraaf 13 maart

11 maart 2006

Nederlands leren met Frans Bauer aan de KUL in Belgie

De Katholieke Universiteit Leuven heet de KUL. ( De Katholieke Universiteit Brabant, de KUB dus, zou oorspronkelijk Katholieke Universiteit van Tilburg heten, tot het Universiteitsbestuur de afkorting op het briefpapier zag. Maar dit terzijde.) De KUL dus, wil de lessen Nederlands voor buitenlandse studenten aangenamer maken met de hulp van Frans Bauer. De universiteit zet de liedjes van de Nederlandse schlagerkoning, Clouseau en Doe Maar in als lesmateriaal om de studenten sneller de Nederlandse taal machtig te maken.

Leerlingen Nederlands krijgen de liedjes voorgespeeld door coverbandjes. Daarbij speelt het genre van Frans Bauer een prominente rol. Bovendien worden de teksten op karaoke-achtige wijze geprojecteerd zodat de studenten ook nog kunnen meezingen. De speelse omgang met taal zou het leerproces bevorderen.

Als een buitenlands uitziende medemens u dus aanspreekt met "heb je even voor mij" dan weet u van waar het komt

Bron: Het Laatste Nieuws ( Van Vlaanderen)

Parlementaire lijken

Door Jaap de Berg in 'Trouw' van 11 maart 2006

De Tweede Kamer heeft in haar taalgebruik vaak moeten voldoen aan benepen fatsoensnormen. Van 1934 tot 2001 had de voorzitter het recht uitspraken die hij ontoelaatbaar vond, uit de Handelingen te weren.

Vóór 1940 werden zelfs kwalificaties als knoeiwinkel, grappenmaker en praatjes voor de vaak daarvan het slachtoffer. Een NSB'er die antisemitisch tekeerging, werd in 1937 pas tot de orde geroepen, toen hij het gedrag van een minister ongepast noemde. In de Handelingen kwam onjuist te staan. Brutaal kon tot eind jaren zestig niet door beugel. Schandalig en schandelijk gingen nog tot 1990 in de ban. Dat een minister onzin of nonsens verkondigde, mocht decennialang niet gezegd worden.

Lijken heten zulke geschrapte woorden en uitdrukkingen. Ze worden bewaard in een lijkenarchief. In hun deze week verschenen 'Over lijken' (Boom, 232 blz., geïll., euro18,50) zetten Peter Bootsma en Carla Hoetink dit doodverklaarde vocabulaire vakkundig in zijn politieke en vaak ook psychologische context.


Soms raadselachtig en meermalen vermakelijk pietluttig is de keuze van de gepubliceerde alternatieven. [Het grootkapitaal] is bezeten van de duivel van het privaatbezit werd anno 1935 in de Handelingen: ... wordt gedreven door de platste materialistische instincten en motieven. Machtsmisbruik veranderde in verkeerd gebruik van macht (1934), harteloos in meedogenloos (1937), lui (gezegd van een minister) in non-actief (1979), minachting van het parlement in een niet juiste bejegening (1981), witte-boorden-criminaliteit in witte-boorden-handelwijze (1984).

Zeker, het ontbrak niet aan onberispelijke ingrepen, bijvoorbeeld gegericht tegen lichtvaardige vergelijkingen met de nazi's (zoals Gerbrandy's kwalificatie van Soekarno als de oosterse Hitler). Maar iets te vaak dringt zich de indruk op dat de eis van kleinburgerlijk verbaal fatsoen zwaarder woog dan het recht van volksvertegenwoordigers zich in hun woordkeuze niet te ver te verwijderen van degenen die ze vertegenwoordigden.

Lang nadat het censuurrecht van kamervoorzitters door de bezigheden van de media ontkracht was, is het, in 2001, afgeschaft. Niet dat de Handelingen nu de gesproken tekst van Tweede-Kamerleden altijd letterlijk weergeven. De Stenografische Dienst verwijdert taalfouten en stilistische ongerechtigheden. Dat is jammer. Een ongekuiste weergave zou sommigen tot enige bijscholing kunnen aansporen.

Dialect klinkt als ’meziek’ in de oren

door Twan van Lierop
Bron: Brabants Dagblad

Zaterdag 11 maart 2006 - Den Bosch - Al is het zeer de vraag in hoeverre het Brabants dialect nog toekomst heeft, er lijkt op dit moment nog volop leven in te zitten. Met de belangstelling voor de eigen streektaal is nog niets mis, zo bleek vorig jaar bij de verkiezing van het mooiste Brabantse woord. Op die golf van populariteit is nu ook een boekje van Brabantse dialectschrijvers hard op weg een groot succes te worden.
D’r zit meziek in heet de uitgave die op initiatief van de commissie dialectologie van het Noordbrabants Genootschap is samengesteld. Het boek is verschenen ter gelegenheid van de Boekenweek, die als thema schrijvers en muziek heeft.
Morgen wordt het gepresenteerd in dorpshuis Den Brink in het Westbrabantse Den Hout, maar nu al is het uitverkocht. Het blijft echter gewoon leverbaar, want inmiddels is de tweede druk verschenen.

Trompèt

In de bundel staan 28 verhalen en gedichten in dialect, van evenzovele auteurs uit alle uithoeken van de provincie.
Het boek opent met een bijdrage van ’de nestor van de Brabantse cultuur’ Jan Naaijkens, die het sprookje vertelt van ’n Jungske meej 'n tròmpet. De andere schrijvers komen in alfabetische volgorde aan bod, van Johan Biemans uit Bergeijk tot Mientje Wever uit Boxmeer.
Jan Naaijkens schrijft in plat Hilvarenbeeks, zoals ook de andere auteurs in hun eigen dialect vertellen.
Daarmee laat de bundel zien hoe rijk en gevarieerd het Brabants is. Dat is bijvoorbeeld te zien in de verhalen die de plaatselijke harmonie als onderwerp hebben. Bij Cor Swanenberg in Berlicum hebben ze een hèrmenie, bij Kees Hoeckx in Huijbergen een aarmeniej, bij Henriëtte Kegge in Prinsenbeek een ’armonie en bij Willem Iven in de Peel een hermeniej of volgens sommigen een herriemeniej.

Inspanning

Voor iemand die niet gewend is om dialect te lezen, vergt het boek de nodige inspanning. Nog ingewikkelder is het om verschillende Brabantse dialecten en streekgebonden uitdrukkingen goed te kunnen volgen. De tekst komt vooral tot leven als hij hardop wordt gelezen en zo bijna als muziek in de oren klinkt. Zoals het sonnet dat Frans van Dooren uit Oss bijdroeg aan de bundel, kort voor zijn overlijden:
Un goei sonnet is un gedicht dè klinkt
(zoas de naam al zi) en muzikaol
van klank en toon op iemand overspringt
En och, schor as 'nen aauwe nachtegaol
Die vur den donker nog wé flùt en kwinkt,
Zing ik sonnette in m'n moedertaol!
D'r zit meziek in. Brabantse dialectschrijvers over muziek. Brabants Boekenweek Boek. 80 pagina's. 9,95euro. Uitgave: het Noordbrabants Genootschap, Den Bosch.T]

08 maart 2006

Vlaamse socialist wil eerst Arabisch en dan pas Frans

Robert Voorhamme, de Antwerpse schepen (wethouder) van Onderwijs( SP.A), stelt een proef voor waarbij allochtone jongeren onderwijs krijgen in het Nederlands maar tegelijk de kennis van hun moedertaal, zoals Arabisch of Berbers, kunnen vervolmaken. Hij wil daarvoor het onderricht van het Frans als tweede taal naar een latere leeftijd verschuiven. Ach ja, waarvoor zou je ook Frans nodig hebben in België? Dat Frans heeft geen prioriteit, monsieur!
Deze poging om het wereldrecord taalachterstanden in het onderwijs te breken wordt niet overal even enthousiast ontvangen. Collega-schepen van Onderwijs en SP.A-partijgenoot Ernest de Bock van de gemeente Vilvoorde reageert resoluut met:"niet in de Vilvoordse scholen"



Lees het volledige artikel op de site van de Gentenaar



Relevante pagina's

Arabischetaal.startpagina.nl

Fransetaal.startpagina.nl

Nederlandsetaal.startpagina.nl

07 maart 2006

Depeche Mode neemt nummer op in Sims-taal


dinsdag 7 maart 2006 9:10
door: Redactie Computer Idee

In de jaren tachtig was Depeche Mode één van de meest beroemde bands ter wereld. Ze bestaan nog steeds en timmeren nog steeds hard aan de weg. Zo hebben ze 'Suffer Well', een track van hun laatste album Playing the Angel, opgenomen in Sims-taal. Het nummer zal ook te horen zijn in 'De Sims 2 Gaan het Maken', het derde uitbreidingspakket van De Sims 2.

Zanger David Gahan van Depeche Mode zegt: "We staan altijd open voor nieuwe manieren om de muziek van Depeche Mode onder de aandacht te brengen. Suffer Well in de Sims-taal is natuurlijk volkomen bizar. Daarom hebben we ook besloten om het te doen." In de videoclip van het nummer worden beelden van Depeche Mode afgewisseld met beelden uit De Sims 2 Gaan het Maken. In de game zijn overigens ook nog andere eighties-klassiekers te horen, zoals Things Can Only Get Better van Howard Jones en Too Shy van Kajagoogoo.

De Sims-taal is ontwikkeld op basis van het Oekraïns en het Tagalog, de taal van de Filippijnen. Sims-bedenker Will Wright experimenteerde ook - geïnspireerd door de gecodeerde boodschappen uit de Tweede Wereldoorlog - met de taal van de Navajo-indianen.

06 maart 2006

Talen leren is voor mietjes

Nu de hemel een pak witte treurigheid over ons heeft uitgebraakt lijkt de zomer nog ver weg. Niettemin is het de hoogste tijd om eens serieus na te denken over de vakantieplannen. Waar ik dit jaar heen ga? Nog geen idee. Wat ik alvast wel weet is waar ik dit jaar níet heen ga: Schotland. Wat is er aan de hand? Uit een onderzoek van Tim Steward, manager van het Language Network Scotland, vinden Schotten dat talen leren maar iets voor mietjes is. Ik citeer: "Scottish schoolboys increasingly see foreign languages as "gay stuff for women"".
En mietjes, dat zijn Schotten natuurlijk niet. Schotten, je weet wel, van die stoere mannen in kilt.
Luistert u wel? Ik herhaal: Schotten zijn stoere mannen en zeker geen mietjes, en ze staan ook niet voor lul.
De kans dat ik als man die in talen geïnteresseerd is een knappe Schotse vrouw aan de haak sla is dus niet zo groot. Nee, Schotse vrouwen die vallen meer op technici. Want technici, dat zijn pas stoere mannen.

Ο ξανθός και η ξανθιά - De blonde man en het blondje

blondjokes.gif

Overal ter wereld worden ´blonde moppen´ verteld waarbij de (blonde) vrouw altijd als dom wordt afgeschilderd. Echter, in onderstaand geluidsfragment in het Grieks geeft het domme blondje haar blonde man een koekje van eigen deeg!

Klik hier om de Grieks gesproken mop te beluisteren. (1,32 MB)

Geheimen van de Hebreeuwse letters

litetent.gif


Spirituele leraren van de joodse en christelijke tradities beweren al duizenden jaren dat het Hebreeuwse alfabet bestaat uit heilige letters met een speciale betekenis en een bovenmenselijke herkomst. Door de recente publicaties van Michael Drosnins boek The Bible Code, de verschijning van Jodie Fosters film Contact en het werk van Fred Alan Wolfe over The Spiritual Universe is de aandacht gericht op de mogelijke fusie van wetenschap en religie. Een perfect moment voor Stan Tenen, natuurkundige en directeur van de Meru Foundation, om voor het voetlicht te treden.

Door wiskunde en joodse mystiek te combineren heeft Tenen aangetoond dat het eerste vers van Genesis in het Hebreeuws een wiskundige torus laat ontstaan. Als een bepaald deel uit deze donut wordt verwijderd, weerspiegelt de vorm ervan een menselijke hand. Tenen beweert dat het Hebreeuwse alfabet is gebaseerd op de menselijke hand omdat het de functie heeft jezelf van de ander te onderscheiden, binnen van buiten. Het alfabet verbindt de innerlijke wereld van het denken met de buitenwereld van de ervaring, net zoals onze handen dat doen, zegt hij. ‘En,’ vervolgt hij, ‘de eerste letter van het boek Genesis, Bet, betekent “huis”, iets wat binnen van buiten onderscheidt. Dat is het meest fundamentele onderscheid dat je op elk bewustzijnsniveau kunt maken.’

Toen Tenen het eerste woord van Genesis in zijn subatomaire deeltjes brak (het woord bestond in feite uit twee kleinere woorden, die vuur en een zeskantige doorn betekende), vatte hij de doorn op als een tetraëder en vormde er een model van, waarna hij het vuur, of de vorm van de torusvortex, erin zette. Het viel Tenen op dat het model, dat hij ‘Het licht in de tent der samenkomst’ noemde, ook de polariteit van de perfecte symmetrie (de tetraëder) en van de asymmetrie (de vortex) weerspiegelde. Bij het bestuderen ervan ontdekte hij dat het nog meer facetten had dan hij had beseft. Toen hij door de vlakken van de tetraëder naar de vortex keek, onthulde elke aanblik een andere letter van het Hebreeuwse alfabet, zegt hij. ‘En,’ meldt hij bijna achteloos, ‘ik besefte dat de 27 gebaren die de letters vergezellen, overeenkomen met de 27 voorkeursrichtingen van de hyperdimensionale ruimte.’

Door zijn dikke zwarte bril (van het sullige type) ziet Tenen eruit als het toonbeeld van een natuurkundige/wiskundige. Hij onderstreept zinnen regelmatig door zijn hand op te heffen en over het orthodoxe keppeltje te strijken dat hij boven een lange, grijzende staart draagt. Hoewel hij 55 is, slaat zijn stem af en toe over als bij een tiener, vooral als hij enthousiast wil duidelijk maken wat hij bedoelt. Hij is weliswaar bijzonder intellectueel maar spreekt ook vol hartstocht over zijn onderwerp.

Hij zegt dat de Hebreeuwse bijbel als een hologram is opgesteld: de eerste letter bevat het geheel, het eerste woord is een uitbreiding van de eerste letter, de eerste zin van het eerste woord etc. ‘Het lijkt sterk op wat onze wetenschappers doen,’ zegt hij. ‘Wij brengen informatie onder in boodschappen die de ruimte in worden gestuurd waarin we uitleggen hoe de hele boodschap moet worden gedecodeerd, en dat is ook de manier waarop compressieprogramma’s op computers werken.’ Hij gelooft ook dat de Hebreeuwse bijbel net zo’n soort functie heeft als het wiskundige pi en een verbinding vormt tussen het bewustzijn en de stoffelijkheid zoals pi de straal en de omtrek van een cirkel met elkaar in verband brengt. Volgens Tenen is de straal onze stoffelijkheid en is de omtrek ons leven, onze emoties. Het oeroude Hebreeuwse alfabet is veel meer dan een instrument voor de dagelijkse communicatie of een transmissie van geheime teksten; de vormen van de letters bezitten op zich intrinsieke geometrische en wiskundige eigenschappen die verwijzen naar grote kennis van het leven en de aard van het menselijk bewustzijn. Tenen heeft het gevoel dat er principes van recht en orde in de verhouding tussen mens en kosmos bestaan waar tot nu toe alleen volgelingen van Pythagoras en kabbalisten een vermoeden van hebben gehad. ‘Wat ik heb ontdekt,’ zegt Tenen, ‘is dat die principes overeenkomen met de numerieke patronen van enkele geometrische basisvormen die worden aangetroffen in de stoffelijke wereld. De dubbele helix bijvoorbeeld, de vorm is van de dna-molecule.’

Tenen is in 1942 geboren in Newark, New Jersey, en is opgegroeid in Brooklyn, New York, in een niet religieus joods gezin. Hij beschrijft zichzelf als een verlegen kind dat bang was voor de wereld en sociaal slecht ontwikkeld was. Hij herinnert zich dat hij keek hoe zijn moeder patience speelde en kaarttrucjes uithaalde. (‘Die later in mijn leven,’zegt hij, ‘van groot belang zijn geweest.’) Hij sloot zich op de middelbare school aan bij het wiskundeteam, waar hij elegante geometrie- en algebravraagstukken op het bord ontdekte. Het was volgens hem een razendsnelle wiskundecursus, een training in het herkennen van patronen. Het was heel intuïtief, je bekeek het van alle kanten en maakte een gedachtesprong naar het antwoord. Tenen ging naar de Brooklyn Polytech waar hij een bachelorgraad in de natuurkunde haalde en ging uiteindelijk als natuurkundige werken voor Block Engineering in Cambridge, Massachusetts, een bedrijf dat bekendstaat om zijn productie van een interferometer die ook als spectrometer kan worden gebruikt. Daar verwierf hij praktische kennis over de fourier-transformatie, die een volgend stukje aan zijn levenswerk toevoegde. Een reis naar Jeruzalem in 1967 werd een keerpunt in zijn leven. Staand voor de westelijke muur van de tempel werd de wetenschapper zonder een specifieke band met religie gegrepen door een tafereel dat hij als surrealistisch beschrijft: Palestijnen die een zeer vernederde indruk maakten en Israëlische agenten die er heel dreigend uitzagen. Ik begon spontaan te huilen en bad of ik het mocht weten als er iets was wat ik kon doen.

Na zijn terugkeer naar de VS zag Tenen een aflevering van The Prisoner, een metafysisch vervolg van cbs op Secret Agent, oorspronkelijk een bbc-productie. Deze aflevering ging over een geheime code. Zijn interesse werd gewekt en hij ging op zoek naar een bijbel. ‘Ik vond er een die ik op mijn Bar Mitswa van mijn buurman had gekregen en sindsdien niet meer had ingekeken,’ lacht hij. Hij sloeg de eerste bladzij van Genesis op en doordat hij de Hebreeuwse taal niet kende, vielen zijn ogen eerder op de letters dan op de woorden. ‘Ik was ineens terug in het wiskundelab, zag een patroon en besefte dat het sterk leek op de manier waarop mijn moeder het spel kaarten had verweven,’ zegt hij.

De volgende tien jaar onderzocht Tenen een mogelijke bijbelcode. Hij kocht bijna 3000 boeken over heilige tradities, Hebreeuws, christelijk, islamitisch, academisch, occult en zelfs gechanneld materiaal. In 1978 verhuisden zijn vrouw Cynthia en hij naar San Francisco, waar pbs de serie The Prisoner op tv uitzond. De Tenens boden aan een geïmproviseerd live programma rondom elke aflevering te maken. ‘Toen de aflevering met de code aan de beurt was,’ zegt Tenen, ‘besefte ik dat het publiek merendeels uit onbevooroordeelde studenten bestond, dus hield ik de eerste regel van de Hebreeuwse tekst van Genesis voor hen op en zei dat het een legitieme mededeling was, maar ik zei niet dat het uit de bijbel kwam.’ Tenen nodigde het publiek vervolgens uit deel te nemen aan het ontcijferen van de code. Hij ontving veel interessante suggesties, maar de doorbrak kwam toen leerlingen van een middelbare school in de buurt voorstelden om eens te proberen te tellen volgens ‘base-3’. ‘Zodra ik dat deed,’ zegt hij, ‘vormden de Hebreeuwse letters paren en was het of een bliksemflits als een televisiescherm in beeld kwam. Ik reeg elke letter aan een draad in de volgorde van de tekst van Genesis en wond die op tot dezelfde letters of de spiegelbeelden ervan bij elkaar kwamen. Ik maakte er de meest compacte vorm van die mogelijk was en er verscheen een prachtig toruspatroon.

In de overtuiging dat hij iets op het spoor was, begon Tenen een manier te zoeken om verder onderzoek te bekostigen. Nog altijd pijnlijk verlegen dwong hij zich naar cocktailparty’s te gaan waar hij invloedrijke mensen binnen de gemeenschap kon ontmoeten. In 1983 leerde hij John Keeler kennen, die hem hielp de Meru Foundation te organiseren, waar Tenen sindsdien de leiding over heeft gehad. Ze kozen voor de naam Meru omdat die een breed scala aan spirituele denkbeelden omvatte, onder andere Tomera, een naam voor de piramide van Cheops, Sumeru, een Hindoeïstische naam voor de driehoek van Pascal, de berg Meru, die hemel en aarde met elkaar zou verbinden, en Meruba, de naam van het Hebreeuwse alfabet.

In 1986 besefte Tenen dat de patronen die hij had ontdekt betekenden dat de tekst van Genesis zich letterlijk opvouwt tot een model dat de letters laat ontstaan waarin hij is geschreven en dat op zo’n manier doet dat je de tekst kunt lezen als een meditatiedans. De Hebreeuwse bijbel kan worden gezien als de mal van de schepping. ‘We moeten verwachten dat we dezelfde patronen in de bijbel aantreffen als in de echte wereld,’ zegt hij. ‘In de oudheid werden de patronen aan de hemel bestudeerd, bedacht ik. Wat zou er gebeuren als je de patronen van de tempels aan de hemel op de tempels van je denken legde? De patronen in de Hebreeuwse bijbel zijn hetzelfde als die aan de hemel; als je regelmatig zingt, weef je die patronen in je denken, verinnerlijk je de patronen van het universum en stap je uit je huid om de dood van het ego te ervaren.

Tenen heeft de geschiedenis onderzocht met behulp van zijn bevindingen en ontdekte telkens weer hetzelfde patroon. ‘Je vindt het bijvoorbeeld,’ zegt hij, ‘in het gedicht van Rumi waarin de rondedans van de Soefi’s wordt beschreven, in de wijndans van de Filippijnen (waarbij je een glas wijn in je handpalm houdt en dat boven en onder je schouders laat ronddraaien, de oude Cleopatradans), in het materiaal van de graallegende, in de gedichten van William Blake, in de Keltische verhalen over Odin, in de geweven manden van de Amerikaanse indianen en letterlijk in elke cultuur die ooit op aarde is voorgekomen.

Zijn werk vertoont enige overeenkomst met de mystieke joodse beoefening van de gemetria, die verborgen betekenissen ontdekt in de numerieke equivalenten van het Hebreeuwse alfabet. Het heeft ook wel iets van het werk van Michael Drosnin. Tenen wijst echter snel op grote verschillen tussen die twee fenomenen. ‘Mijn verklaring omvat geen voorspellingen à la Nostradamus,’ verklaart hij. ‘Het voornaamste verschil is dat de Nostradamus-variant beweert dat de bijbel profetieën bevat, terwijl mijn werk beweert dat de bijbel oefeningen bevat die een bevoegd individu kan gebruiken om een profeterende staat te bereiken.’ Hij neemt nog meer afstand van het populaire werk door te verklaren dat de voorspelling van namen, data of historische gebeurtenissen (met name de moord op Yitzchak Rabin) volgens hem op een verkeerde interpretatie van de gegevens berust.

Hoewel Tenen een graad in de natuurkunde heeft, talloze patenten op zijn naam heeft staan, optische en elektronische apparatuur voor artsen en chirurgen heeft geproduceerd en ingewikkelde denkbeelden even snel als computers in het geometriecentrum van de Universiteit van Minnesota in vier dimensies kan visualiseren, beweert Tenen dat integriteit zijn enige geloofsbrief is. Hij streeft ernaar moreel transparant te zijn, zowel vanbinnen als vanbuiten. ‘We mogen niet vergeten,’ zegt hij, ‘dat de wiskunde maar een kaart is; onze gevoelens en ervaringen zijn het terrein.’

Om morele transparantie te bereiken begon Tenen een aantal jaar geleden orthodoxe rituelen in zijn dagelijks schema op te nemen, wat hij met enige moeite deed uit respect voor de bron waaruit hij al zo lang dronk, ter ere van de bron. Tenen ontdekte onverwacht iets wat hem al jaren was ontgaan: de exacte vorm die zijn vortexmodel moest hebben. ‘Op een dag deed ik voor het ochtendgebed de gebedsriem om. Je wikkelt een riem om je hand en dan wordt je geacht de Hebreeuwse letters te zien. Toen drong ineens tot me door dat mijn vortexform een model van de menselijke hand was, die was bewaard door de traditie van de gebedsriem,’ zegt hij.


Hoewel het besef een onmiddellijk ‘Aha!’ was, heeft het hem jaren gekost om de vorm van de hand wiskundig te vervolmaken aangezien het model veertien expliciete kenmerken bevat die voor aspecten van de westerse filosofieën staan en gebaseerd zijn op een spiraal die overal in de antieke wereld in de kunst werd gebruikt, met name in het Egyptische Oog van Horus. ‘Het is niet de gouden spiraal,’ zegt hij. ‘De gouden spiraal is een moderne uitvinding die eindeloos filosofisch om zijn eigen beeld draait en voor narcisme staat. Ware heilige geometrie lijkt een hele tijd op de gouden spiraal en wordt dan recht. Net als de Egyptische spiraal,’ vervolgt hij, ‘heeft de onze een dicht opgewonden deel dat zich uitbreidt naar alles wat is. Het opgerolde deel staat voor het menselijke hoofd en de hersenen en het rechte deel voor de ruggengraat... Als je de spiraal op een menselijke embryo van 56 dagen legt, past hij precies.’ Tenen gebruikt allerlei materialen om deze modellen te maken: metaal, plastic, leer en dingen van de vlooienmarkt. High-techversies worden door middel van een computerafdrukje geleverd. Om het handmodel voor jezelf te maken, raadt hij je aan een latexhandschoen aan te trekken en die te tekenen.


Terwijl Tenen benadrukt dat zijn werk nog altijd in uitvoering is maar uiteindelijk moet worden onderworpen aan een grondige en kritische beoordeling door de wetenschappelijke gemeenschap, gelooft hij dat het van waarde is voor wetenschappelijke, filosofische en spirituele studies en dat het implicaties heeft die een brug kunnen slaan over culturele barrières en die de wereldgemeenschap kunnen versterken. Volgens enkele mensen binnen de joodse gemeenschap is het even belangrijk als of nog belangrijker dan de ontdekking van de Dode-Zeerollen. Zoals een verslaggever van de joodse pers verklaarde: ‘Het is misschien niet altijd gemakkelijk om Tenens ideeën te volgen, maar het is verbazingwekkend dat deze man, die ooit niets van de joodse traditie wist, ontdekkingen heeft gedaan die het begin van een grote doorbraak kunnen zijn in de studie van de kabbala, het bewustzijn, de natuurkunde en de kosmologie.


Tenens werk heeft ook aandacht gekregen van een breed scala van wiskundigen, theoretische natuurkundigen en filosofen. Hij merkt droog op dat het soms te joods lijkt voor een niet-joods publiek, te christelijk voor zijn joodse vrienden, te wiskundig voor zijn religieuze vrienden en te religieus voor zijn wetenschappelijke vrienden. Als Tenen echter in één zin kon samenvatten wat hij met zijn werk graag wil overdragen, zou die waarschijnlijk het idee van eenheid binnen verscheidenheid bevatten.

Hij zegt het als volgt: ‘Net als elke letter van het alfabet levert elke cultuur een cruciale bijdrage aan de ecologie en de overlevingskansen van de planeet. Het model dat in de Hebreeuwse tekst van Genesis is aangetroffen is wezenlijk voor het menselijk bewustzijn, een wetenschap van het bewustzijn, net als pi, niet het bezit van wie dan ook. De meditatiedans is intact bewaard gebleven; die laat ons zien hoe we op een elegante, coherente manier met elkaar kunnen omgaan. Dit is waarlijk een boom des levens voor de mensen die het kunnen vatten.’


Ga om meer over Tenens werk te lezen en zijn computermodellen te zien naar de website van de Meru Foundation op www.meru.org.

Article written by Cynthia Gage

05 maart 2006

Klepskate

Hollands schaatswoord beïnvloedt het Engels. Uit de Elsevier van 24 februari 2006

De conservatieve olympische wintersportwereld heeft de laatste jaren een flinke verjongingskuur ondergaan. Vooral de komst van snowboarders en shorttrackers zorgt voor een frisse wind, die de zappende kijker soms in
verwarring achterlaat of hij nu naar Studio Sport of naar TMF zit te kijken. Je merkt het ook aan het street-jargon van 'spins’, 'flips’, 'grabs’, 'stomps’, 'one-eighties’ en 'three-sixties’. Dat is nog eens wat anders dan de looiige 'rondjes laag in de 30’ van Frank Snoeks.

En toch, ook de schaatstaal verandert. Vooral sinds de sport zich met de snelheid van een Ireen Wüst heeft ontwikkeld met dank aan de 'klapschaats’, het 'ribbelpak’, de 'carve-schaats’, de 'kluunschoen’ en recent het 'titaniumijzer’. Het aardige is dat deze vindingen niet alleen in het Nederlands ingrijpen. Want ook Chad Hedrick had het na zijn gewonnen race op de 5 kilometer over 'his klepskate’.

Er wordt weleens geklaagd over de verengelsing van het Nederlands, maar hoe zit het eigenlijk met de vernederlandsing van het Engels? De export van 'politieke’ woorden als 'apartheid’ en 'gedogen’ is bekend.


( De rest van het artikel is helaas alleen toegankelijk voor abonnees. Ben erg benieuwd ;-))

Duitsland draait omstreden spelling terug.

Bron: Elsevier 4 maart 2006

Het massale verzet in Duitsland tegen de nieuwe Duitse spelling heeft succes gehad: de omstreden spellingshervorming van 1996 wordt deels teruggedraaid.

Deelstaten zwichten voor boycot Duitse spellingshervorming
Massale boycot nieuwe spelling in Duitsland heeft succes gehad

Dat hebben de ministers voor Cultuur van de zestien Duitse deelstaten donderdag besloten op advies van de Raad voor Duitse Spelling.

Spellingsanarchie
De ministers hopen hiermee een einde te maken aan wat wel bekendstaat als de spellingsanarchie in het land. Sinds augustus vorig jaar is de nieuwe spelling, die werd vastgesteld in 1996) verplicht in veertien van de zestien deelstaten. Ook Zwitserland en Oostenrijk namen de nieuwe regels over.

Maar de Duitsers trekken zich niets van de overheid aan en schrijven gewoon zoals ze gewend zijn (lees Nieuwe Duitse spelling massaal genegeerd). Ook veel kranten, zoals de Frankfurter Allgemeine, schrijvers, uitgevers en onderwijzers doen mee aan de collectieve ongehoorzaamheid en hanteren hun eigen spelling. Twee deelstaten, Beieren en Noordrijn Westfalen, boycotten de nieuwe taalafspraken.

'Ich liebe dich'
De hervorming leidt alleen maar tot verwarring, de regels zijn niet logisch en verminderen de leesbaarheid, vinden de tegenstanders. Vooral het los schrijven van woorden die altijd aaneen werden geschreven, zoals Fahrrad (volgens de nieuwe spelling dus Fahr rad, fiets) wekt wrevel. Ook het beperktere gebruik van de ringel-S en van hoofdletters ('Ich liebe Dich' werd tot afgrijzen van velen 'Ich liebe dich') leidde tot brede protesten.

Nog niet iedereen is tevreden. Toonaangevende kranten als Die Welt en Frankfurter Allgemeine zien liever dat de nieuwe spelling volledig wordt teruggedraaid. Maar zij noemen de gedeeltelijke terugkeer wel een verbetering.

Het is nog niet bekend of Zwitserland en Oostenrijk ook afstand van de nieuwe spelling nemen.

In Nederland wordt in augustus een nieuwe spelling van kracht. Ook hier is het verzet groot. Verschillende kranten en opiniebladen, waaronder Elsevier, hebben aangekondigd de nieuwe spelling te gaan boycotten (lees Kranten en bladen verwerpen nieuwe spelling). Zij gaan de spelling van het Witte Boekje volgen en roepen Nederlanders op hun voorbeeld te volgen.

Door Fleuriëtte van de Velde

Publicatiedatum: 4 maart 2006

03 maart 2006

Vista krijgt Nederlandse handschriftherkenning

Donderdag 2 maart 2006, 08:32 - Nederlandse gebruikers van bijna alle versies van Windows Vista kunnen straks hun handgeschreven tekst direct omzetten in getypte tekst.

Windows Vista wordt de eerste Windows-versie met Nederlandse handschriftherkenning waarbij handgeschreven woorden door het systeem kunnen worden omgezet in getypte tekst.

De Nederlandse Vista biedt straks volledige handschriftherkenning vergelijkbaar met de ondersteuning voor de Engelse taal in de XP-versie van Windows voor de Tablet PC.

Volgens Derk Wagelaar, programmamanager voor Windows Vista bij Microsoft Nederland, zijn de eerste resultaten met de Nederlandse handschriftherkenning zeer positief. "Na het Engels biedt de Nederlandse handschriftherkenning inmiddels de beste herkenning van woorden in vergelijking met andere talen", aldus Wagelaar.

Tablet PC
Handschriftherkenning werd in 2002 geïntroduceerd met de introductie van Windows XP Tablet PC Edition. De functie vereist echter voor iedere taal een aparte taalmodule die helpt bij het herkennen van de geschreven woorden.

Voor de Nederlandse taal bestond die toen nog niet, zoals voor de meeste talen. De huidige handschriftherkenning ondersteunt slechts zeven talen: Engels, Frans, Duits, Koreaans, Japans en nog twee varianten van het Chinees.

Deze zeer beperkte ondersteuning van het juist voor Tablet PC's cruciale handschriftherkenning, zal mede debet zijn aan het geringe succes van de draagbare computers met het grote scherm.

Inmiddels is duidelijk dat van Windows Vista geen aparte Tablet PC-editie verschijnt, maar dat Microsoft deze functionaliteit integreert in nagenoeg alle edities. Alleen Home Basic moet het zonder handschriftherkenning stellen.

Door Edmond Varwijk

HET MOOISTE WOORD

Voor de eerste keer kiezen we nu het mooiste Amsterdamse woord, maar vergelijkbare peilingen zijn er al heel wat geweest. Volgens een landelijk Nipo-onderzoek is liefde het mooiste Nederlandse woord, luisteraars van Radio Veronica waren het daarmee eens, de Volkskrant-lezers preciseerden: vrijen vonden ze mooier. Vlamingen kozen goesting. En de Duitsers dachten er net zo over als de Nederlanders: Liebe.

De lezers van Brabantse kranten kozen als mooiste Brabantse woord houdoe, de Drentenaren hielden het op babbelegoegies, wat praatjes betekent. De Friezen hielden twee verkiezingen: bij de lezers van de Leeuwarder Courant kwam babbelegûchjes (vergelijk Drenthe!) op de eerste plaats, luisteraars van de Omrop Fryslân hielden meer van ferdivedaasje, wat amusement betekent.

Het snoetjeknovveln van de Groningers spreekt voor zich, het goodgoan van de Twentenaren betekent zoiets als: heb vrede. Abonnees op het Westfriese kwartaalblad Skroivendevort, zelf toch ook een fraai woord, bleken het warskippertje hoog te waarderen; het is een logé.

De keuze van de lezers van dagblad De Gelderlander (huulbessem = huilbezem = stofzuiger) leidde tot debat. Volgens onder anderen Lex Schaars, samensteller van het woordenboek van Achterhoekse en Liemerse dialecten, is het helemaal geen dialectwoord. Hij vergeleek het met woorden als lulpiep of luliezer voor telefoon of tietenschroeier voor accordeon. ''Ik denk dat dergelijke woorden vaak worden gebruikt om dialect belachelijk te maken.''

De leden van het Genootschap Onze Taal ten slotte, een puik groepje liefhebbers, kozen voor desalniettemin. Waarom? Dat vroeg de redactie van Onze Taal zich ook af. Een mogelijke verklaring: 'De medeklinkers l en t maak je door met het puntje van je tong het harde gehemelte en de tanden even aan te tikken: de subtielste manier van jezelf aanraken. Datzelfde geldt voor de d, de n en de s. Daarmee hebben we dan bijna alle medeklinkers van desalniettemin gehad. Als we daar nog bij optellen dat de klinkers ie en i óók worden gemaakt door het puntje van de tong iets omhoog te tillen, wordt het uitspreken van het favoriete woord bijna een heimelijk genoegen.'

© Het Parool, 17-02-2006

   (c) Copyright Startpagina BV